zaterdag 23 juni 2018

Legaal maar fataal leest als een aanklacht

Fabrikanten van voeding, tabak, alcohol, medicijnen, auto’s en wapens hebben veel gemeen. Ze brengen de volksgezondheid, maatschappij en democratie grote schade toe. De overheid staat er bij en kijkt er naar. Sociaal en cultureel burgeractivisme is nodig om het tij te keren, zo lezen we in Legaal maar fataal.


De strategieën van de zes grote industrieën die voeding, tabak, alcohol, medicijnen, auto’s en wapens produceren hebben veel overeenkomsten. Vrijwel altijd is hun beleid gericht op winstmaximalisatie door het omzeilen, ontkrachten of tegenhouden van overheidsmaatregelen die de verkoop van eigen producten kunnen belemmeren. Dat beleid heeft zeer schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid. Dat schrijft de ervaren Amerikaanse hoogleraar Public Health Nicholas Freudenberg in het boek Legaal maar fataal – Hoe grote industrieën onze gezondheid bedreigen. In zijn boek onderzoekt de auteur hoe grote multinationals bijdragen aan de belangrijkste gezondheidsproblemen van dit moment en wat wij kunnen doen om dit terug te dringen.

Het boek telt 388 pagina’s en bestaat uit twee delen. Het eerste deel van het boek telt zes hoofdstukken die gaan over de gezondheidsproblemen die veroorzaakt worden door ongezonde voeding, tabak, alcohol, medicijnen, auto’s en wapens, de stand van de volksgezondheid, hoe het bedrijfsleven de macht in handen heeft genomen, hoe het ‘consumptief-industrieel complex’ zijn verwoestende werking heeft en hoe multinationals gezondheidsproblemen exporteren naar nieuwe afzetmarkten door hun invloed op globalisering.

Het resultaat is een politiek en economisch systeem dat consumptie en economische groei laat prevaleren boven volksgezondheid en kwaliteit van leven. We lezen hoe dit systeem ervoor heeft gezorgd dat multinationals in voeding, tabak, alcohol, medicijnen, auto’s en wapens – pijlers van de mondiale consumptie-economie – producten en strategieën hebben ontwikkeld die de belangrijkste oorzaak zijn van vroegtijdige sterfte en onnodige aandoeningen en letsels.

Denk aan al die ‘hypersmakelijke’ voedingsproducten met al die ‘gezonde’ toevoegingen die de afgelopen decennia aantoonbaar zoeter, zouter en vetter zijn geworden. Goed om de consument te verleiden, maar helaas ook resulterend in een schrikbarende stijging van het aantal chronisch zieken en doden door een explosie van obesitas, diabetes en hart- en vaatziekten. De winst is voor de producent en zijn aandeelhouders, bestuurders en topmanagers. De schade wordt afgewenteld op de consument en de maatschappij.

De auto-industrie wist in Amerika vijftien jaar lang de verplichte installatie van airbags en andere veiligheidsmaatregelen tegen te gaan. Volgens schattingen heeft dit uitstel bijgedragen aan tenminste 40.000 doden en 1 miljoen gewonden en heeft dit de samenleving meer dan 17 miljard dollar gekost. Tegen de regering van Guatemala werd elf jaar juridisch geprocedeerd om invoerbeperkingen tegen ongezonde producten ongedaan te krijgen. Met succes. Volgens de American Medical Association scheelt halvering van het zoutgehalte in bewerkte voedingsproducten alleen al in de USA zo’n 150.000 doden per jaar. En die keren dat multinationals als Mc Donalds (gezonde burger) en Unilever (duurzaamheid) iets goeds willen doen worden ze teruggefloten door aandeelhouders omdat dit ten koste gaat van de winst. Ongezonde producten verkopen nu eenmaal beter dan gezonde producten. Zo gaat het pagina na pagina door.

Nu de groei in de westerse wereld afvlakt richten de fabrikanten zich met groot enthousiasme op nieuwe groeimarkten zoals China, India, Rusland, Afrika en Zuid-Amerika. In veel gevallen is er minder wet- en regelgeving en meer ‘ondernemersvrijheid’. Daar herhalen ze het kunstje dat ze de afgelopen honderd jaar in het Westen met veel vlijt hebben geperfectioneerd. Lees bijvoorbeeld het boek Bier in Afrika over de onfrisse praktijken van Heineken in Afrika. De auteur laat ook zien tot welke andere problemen die dominantie van de markt heeft geleid. Zoals inkomensongelijkheid, kwetsbare democratie, verdwijnen van sociale vangnetten, achteruitgang van het milieu en versnelde klimaatverandering.

Wat we in deze eerste 220 pagina’s lezen wisten we eigenlijk al wel, maar toch schrik je als lezer van de rauwe werkelijkheid die via een gigantische hoeveelheid analyses, details, voorbeelden en feiten door de auteur wordt opgediend. De grote multinationals trekken alles uit de kast om hun afzet en winst te maximaliseren. Een kleine bloemlezing: (misleidende) reclame voor ongezonde producten (Mc Donalds besteedt daaraan meer dan twee miljard dollar per jaar), slimme PR, het bewust op de markt brengen van ondeugdelijke producten (‘sjoemel-software’ door automerken), hanteren van ‘chantage’-prijzen (farmaceutische industrie), infiltreren in commissies en belangengroepen, marketing gericht op kinderen en andere kwetsbare groepen, uitgeven van honderden miljoenen dollars aan lobbyisten (zo zijn de lobbyactiviteiten van Mc Donalds er expliciet op gericht om regelgeving voor de volksgezondheid tegen te houden), ellenlange juridische procedures tegen consumenten, overheidsinstellingen en landen, doneren aan verkiezingscampagnes en onderzoeksprogramma’s voor het beïnvloeden van politici en wetenschappers. Tot aan omkoping en alles wat je daarom heen kunt bedenken.

De politieke wil om echt iets te veranderen ontbreekt zo schrijft de auteur. We laten het graag aan de markt zelf over. Sinds de toenmalige Britse premier Margaret Thatcher in 1980 de beroemde woorden sprak ‘er bestaat geen alternatief’ (voor het vrije marktkapitalisme), heeft de markt de touwtjes stevig in handen. Niet alleen in Amerika, ook in West-Europa, ook in Nederland. De auteur wijst daarbij op de vele draaideur-politici: mensen die gefinancierd door het bedrijfsleven in de politiek aan de slag gaan om vervolgens na hun politieke loopbaan te cashen bij datzelfde bedrijfsleven.

Je zou met enige creativiteit kunnen concluderen dat de aangehaalde multinationals erger zijn dan de maffia. Ze zijn groter, rijker, machtiger en dodelijker. Franklin D. Roosevelt had dit al in 1936 door, zo lezen we in het boek toen hij zei: ‘We weten nu dat geregeerd worden door de tirannie van het bedrijfsleven net zo gevaarlijk is als geregeerd worden door de georganiseerde misdaad’. Politiek en bedrijfsleven zijn twee-handen-op-één-buik, dus daar hoeven we niet veel van te verwachten, zo concludeert de auteur. [Andere leestip: Legaal maar fataal sluit naadloos aan op het boek De onzichtbare hand  (van de vrije markt) van Bas van Bavel.]

De auteur opent deel twee van het boek met de terechte constatering dat ‘een aantal lezers misschien de moed zal verliezen bij het lezen van zoveel bewijs voor de onmetelijke macht van bedrijven om onze gezondheid te bepalen, of pessimistisch zijn over realistische oplossingen die ons welzijn beter zouden kunnen beschermen. Maar voorbeelden uit het verleden stemmen hoopvol, en hetzelfde geldt voor onze vooruitzichten voor de toekomst’. Voor de auteur is het glas blijkbaar halfvol.

Wat volgt zijn 180 pagina’s met positief stemmende voorbeelden uit het verleden, heden en voor de toekomst. Verdeeld langs twee sporen. Als eerste is er meer sociaal en cultureel burgeractivisme nodig om het tij te keren. Daarvan passeren vele voorbeelden de revue, waarin burgers zelf het heft in handen nemen om de wereld een stukje beter te maken. Zoals de voedsel- en wapenactivisten van de Food Justice Movement in New York en Million Mom March in Washington DC. Of denk aan ziekenhuizen en huisartsen die hun eigen en goedkopere medicijnen maken, ondernemers die alleen nog maar lokale gezonde producten in- en verkopen, scholen die ongezonde fastfood weren en moedige overheden die wetten en regels invoeren die niet het grootkapitaal dienen maar de volksgezondheid en het algemeen belang. Het tweede spoor is dat we het ‘consumptief-industrieel complex’ moeten ontmantelen. We moeten het schadelijk grootbedrijf verwijderen uit ons collectieve bewustzijn, uit onze instituties en gemeenschappen en uit ons politieke systeem.

Het zal duidelijk zijn dat dit gemakkelijker gezegd dan gedaan is. Twee recente voorbeelden die niet in het boek staan om dit nog eens te illustreren. De Amerikaanse president Donald Trump blijft ook na het zoveelste massaschietdrama de Amerikaanse wapenlobby fanatiek steunen.

Of denk aan de ‘labbekakkerige’ houding van Nederlandse politici in de strijd om minder suiker, vet en zout in voedingsproducten, zoals Teun van de Keuken (Keuringsdienst van Waarde, Tony’s Chocolonely) schrijft in de Volkskrant. Hij schrijft o.a. het volgende: ‘in 2014 tekenen de minister en de vertegenwoordigers van de levensmiddelenindustrie en de supermarktbranche het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. In dit akkoord worden ambities – belangrijk woord: ambities zijn geen keiharde doelstellingen die gehaald móéten worden – uitgesproken om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid suiker, zout en vet in ons voedsel in 2020 drastisch is verminderd. Er wordt ook vastgelegd hoe groot die reductie zou moeten zijn. U raadt het al: we zijn inmiddels flink wat jaren verder en het voedsel is nog steeds veel te ongezond. Als we zo doorhobbelen, dan zijn de doelstellingen in 2020 bij lange na niet gehaald. Heel gek is dat niet, want het akkoord is volstrekt vrijblijvend. Een papieren én tandeloze tijger. De markt moet het zelf oplossen, nietwaar?’ Hoe moeilijk kan het zijn, vraagt van de Keuken zich vertwijfeld af. ‘Als leek denk je dan: hoe moeilijk kan het zijn? Als je het wilt, dan zorg je, als minister die wordt gesteund door een meerderheid in het democratisch gekozen parlement, dat het gebeurt.’ Tot zover deze kritische noot.

[Donderdag 31 mei 2018 verschijnt er een artikel in FD.nl met de kop 'Frisdrankfabrikanten: al 20% minder suiker'. De invoering van een suikertaks op frisdranken is in Nederland absoluut niet nodig, vindt de Nederlandse vereniging Frisdranken, Waters, Sappen (FWS). In 2017 is het aantal calorieën in verkochte frisdranken immers al met 20% gedaald ten opzichte van 2012, aldus de sector. Dat is eerder én meer dan volgens afspraak. In 2015 sloten de frisdrankfabrikanten een akkoord met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om het gemiddelde aantal kcal per 100 ml verkochte frisdrank tussen 2012 en 2020 met 10% te verlagen.De Nederlandse overheid heeft overigens op dit moment geen plannen om een suikertaks in te voeren. Het CDA had de suikertaks in zijn programma staan, maar schrapte die voor de laatste verkiezingen. De invoering in Groot-Brittannië van belasting op suikerhoudende frisdranken om overgewicht terug te dringen, is een groot succes, zo schrijft NOS.nl op 16 april 2018.]

Na het lezen van Legaal maar fataal weten we inmiddels wel wat er gebeurt, niets dus. Dat is nu eenmaal niet in het belang van aandeelhouders en hun goed verdienende bestuurders en topmanagers.

De auteur sluit het boek af met een beschrijving van een ideale wereld die mogelijk is anno 2037. Twintig jaar na nu. Waarin de maatschappij de macht heeft teruggepakt van het bedrijfsleven. Legaal maar fataal leest als een regelrechte aanklacht tegen de multinationals in zes belangrijke industrieën en de overheden en politici die dit mogelijk maken. De aanklacht wordt uitgebreid beschreven en is gedetailleerd onderbouwd met verwijzing naar een groot aantal bronnen en voorzien van tientallen, zo niet honderden voorbeelden uit de praktijk.

Dat vraagt van de lezer nogal wat doorzettingsvermogen. Wat dat betreft had de boodschap compacter gekund. De oplossing die de auteur schetst is er een van de lange adem en rust grofweg op drie pijlers: meer sociaal en cultureel burgeractivisme, afbreken van de macht van multinationals en politici die denken in het algemeen belang in plaats van aan het eigen belang en dat van het groot kapitaal.

Je vraagt je na het lezen van het boek af hoe we het als samenleving zover hebben kunnen laten komen? En hoe het mogelijk is dat we dit als weldenkende maatschappij gewoon laten voortbestaan? Als dit de bedoeling van de auteur was, dan is die daarin glansrijk geslaagd. De auteur eindigt het boek met de conclusie dat het roer om moet: ‘Want als we op de oude voet voortgaan, zal de ziektelast stijgen, zal de ongelijkheid toenemen, zal de schade aan het milieu toenemen en zal de democratie verder worden aangetast. Of we als samenleving deze kans op een betere toekomst willen grijpen is aan ons.’ Waarvan akte.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boel Legaal maar fataal is te koop op Managementboek.nl.

PS.
Hoewel dit boek vooral de Amerikaanse situatie beschrijft zien we deze ontwikkelingen ook in Nederland. Zo las ik onlangs in de media het volgende:

1. ‘Farmaceuten rekenen buitensporige prijzen voor nieuwe kankermedicijnen. Dat constateren onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) op basis van een eigen objectief rekenmodel. Om het groeiend aantal kankerpatiënten in de toekomst van medicatie te voorzien is een revolutie in de prijsstelling noodzakelijk, aldus de onderzoekers. Het algoritme laat zien hoezeer de marktprijs van specifieke medicijnen en de werkelijke kosten uiteen lopen. In rekenmodel zijn onder meer verdisconteerd de kosten van R&D, productie, verkoop en marketing alsook de klinische meerwaarde en een redelijke winstmarge. Het algoritme komt voor het middel enzalutamide tegen prostaatkanker tot een aanbevolen prijs van iets meer dan 3260 per behandeling. De huidige marktprijs in het Verenigd Koninkrijk ligt met ruim 30 duizend euro bijna twaalf keer hoger. In de VS is dit zelfs ruim 28 keer hoger (74.165 euro). Voor het middel Ruxolitnib tegen de minder voorkomende ziekte myelofibrose komt het algoritme tot een redelijke vergoeding van 14.424 euro per behandeling. Dit middel kost op dit moment in het VK echter 50 duizend euro en in de VS ruim 75.000 euro per behandeling in de VS.’ “Wanneer je deze cijfers ziet is het heel duidelijk dat farmaceutische bedrijven veel te veel vragen voor hun nieuwe geneesmiddelen”, aldus de onderzoekers.

Op 18 juni 2018 schrijft Volkskrant.nl over 'Hoe de farmaceutische industrie valsspeelt en oude medicijnen weet om te toveren tot middelen waar plots de hoofdprijs voor wordt gevraagd.'

2. Het RIVM stapt uit de commissie die internationaal adviseert over het meten van teer en nicotine in sigaretten en sigaren. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vindt de invloed van de tabaksindustrie binnen de commissie te groot, waardoor er te weinig aandacht is voor het beschermen van de volksgezondheid. Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is om dezelfde reden uit de commissie gestapt.

3. Oxfam: 'Grote Nederlandse supermarkten houden uitbuiting in stand'. De organisatie stelt in het rapport Rijp voor Verandering dat de grootste Nederlandse supermarkten de uitbuiting van werknemers bij hun toeleveranciers in derdewereldlanden in stand houden. Daarin zijn de Nederlandse winkels geen uitzondering: "Op onze internationale ranglijst scoren alle supermarkten slecht." Volgens Oxfam gebruiken de bedrijven, die een marktaandeel van drie kwart hebben, hun macht om lage prijzen bij leveranciers af te dwingen. Op die manier worden onder meer de zogenaamde prijzenoorlogen tussen supermarkten volgens de organisatie bekostigd. In de internationale duurzaamheidslijst van Oxfam Novib komen de vijf grootste supermarktketens in Nederland er slecht vanaf. Jumbo bungelt met een score van 0 procent op het gebied van duurzaamheid onderaan, gevolgd door ALDI (1 procent), Lidl en Albert Heijn (5 procent), en PLUS (11 procent). Het jaarlijkse onderzoek van Oxfam toetst het duurzaamheidsbeleid van supermarkten in Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De beoordeling hangt af van de mate van transparantie en verantwoording, en de behandeling van arbeiders, boeren en vrouwen.

4. Maar liefst 39 procent van ons assortiment is gezond, claimt Unilever. Maar volgens een gerenommeerd rapport over voedsel is slechts 10 procent van het voedsel dat Unilever verkoopt gezond. Het gaat om de Access to Nutrition Index, van de gelijknamige stichting. Iedere twee jaar onderzoekt de stichting, onder meer gefinancierd door de Bill en Melinda Gates Foundation en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, hoe gezond de producten van 's werelds grootste voedsel- en drankfabrikanten zijn. Onderzoekers van het Australische George Instituut analyseerden de labels van 23.013 producten die door 21 bedrijven in 9 landen waaronder China, de VS, Australië, Zuid-Afrika, India en Groot-Brittannië worden verkocht. Maar welke producten dat zijn, wordt niet bekendgemaakt. Van Unilever werden zuivelproducten, ijs en desserts, vlees-, vis- en schaaldierenproducten, kant-en-klaarmaaltijden, rijst, pasta en noedels, soepen en sauzen en broodbeleg onderzocht. De onderzoekers hanteren daarbij het HSR-systeem, een Australische methode om te analyseren hoe gezond een product is. Daarbij wordt gekeken naar de aanwezigheid van gezonde ingrediënten zoals fruit, groente en vezels en die van ongezonde zoals zout, suiker en verzadigd vet. De onderzoekers hebben grote zorgen over hoe gezond het voedsel is van de grote voedsel- en drankfabrikanten. Want ondanks dat multinationals als Coca Cola, Kraft Heinz, Kellogs, en PepsiCo het nodige hebben verbeterd op het gebied van betere voeding, de betaalbaarheid en informatie over de ingrediënten, schort er nog het nodige aan.