donderdag 15 augustus 2013

De zelfredzame burger bestaat niet

De overheid verwacht steeds meer van burgers. We moeten onze eigen kracht meer gebruiken, ons leven zelf op orde houden en vooral ‘zelfredzaam’ zijn. Maar wat blijkt? Door dit er voortdurend in te hameren neemt de zelfredzaamheid juist af!


Burger handelt anders dan overheid denkt
Onlangs las ik weer enkele berichten en onderzoeksrapporten over dit 'zelfredzaamheidsfenomeen'. De inzichten daaruit zijn actueler dan ooit en onmisbaar voor iedereen die op dit terrein werkzaam is. Daarom in het kort enkele opvallende bevindingen uit onderzoek van Movisie, Lilian Linders, TNO, Verwey-Jonker Instituut en SCP:

  • Buurtcohesie is geen voorwaarde voor burenhulp. We helpen elkaar wel, maar dat doen we op basis van een persoonlijke relatie met een buurvrouw of buurman. Hulpbereidheid is er wel bij mensen, maar mensen weten vaak niet van elkaar dat ze willen helpen.
  • Investeringen in het versterken van buurtcohesie en buurtparticipatie leiden zelden tot succes. Zo hebben de investeringen in de ‘krachtwijken’ niet geleid tot meer buurtparticipatie (wat een belangrijk doel was), maar juist tot een situatie waarin buurtbewoners zicht minder voor hun woonbuurt inzetten. 
  • Mensen vinden het vervelend om hulp te vragen. Mensen die juist hulp nodig hebben, wimpelen een aanbod vaak af. Dit effect wordt versterkt doordat de overheid voortdurend hamert op de eigen kracht van burgers waardoor mensen geen steun durven vragen. Mensen hebben angst voor afhankelijkheid en dit wordt versterkt door de norm in de maatschappij die steeds meer uitgaat van zelfredzaamheid en autonomie.
  • Mensen blijken het vaak ingewikkeld te vinden om om hulp te vragen of deze aan te bieden. Veel Nederlanders willen geen beroep op hun netwerk doen of denken dat anderen niet in staat zijn om hen meer hulp te bieden. Veel mensen zijn bereid om iets voor een ander te doen in geval van gezondheidsproblemen, maar die bereidheid is veel kleiner als het gaat om meer intensieve of persoonlijke hulp.
  • De overheid bedoeld met ‘zelfredzaamheid’: zo min mogelijk professionals inzetten en zoveel mogelijk een beroep doen op het sociale netwerk. Terwijl burgers zich juist redzaam voelen omdat ze professionele zorg krijgen. Een beroep doen op familie en kennissen zorgt er juist voor dat ze zich meer afhankelijk voelen en minder zelfredzaam.
  • De overheid hamert op ‘eigen kracht’ en ‘het zelf doen’ waardoor kwetsbaarheid een vies woord geworden is. Maar zelfredzaam zijn betekent juist dat je je kwetsbaar moet opstellen en hulp moet durven vragen. Kwetsbaarheid is belangrijk op weg naar eigen regie. 
  • Burgers hebben sterk het gevoel dat het hun opgelegd wordt, vaak als bezuinigingsmaatregel. Dat het geen keuze is, maar een plicht. Het zou effectiever zijn als overheid en professionals op meer gelijkwaardige basis zouden communiceren met burgers. Als professionals burgers niet serieus nemen, dan heeft dat een negatief effect op de zelfredzaamheid.
  • De meerderheid van de Nederlanders vindt dat de overheid een belangrijke taak heeft in de zorg voor hulpbehoevenden. Nederlanders vinden dit veel vaker dan de meeste andere Europeanen en ouderen vinden dit vaker dan jongeren.
  • Burgers zijn slechts tot op bepaalde hoogte zelfredzaam. Enerzijds doordat ze bepaalde kennis missen (over bijvoorbeeld risico’s), anderzijds door invloeden uit de sociale omgeving en onbewust denken en doen.
  • Dé zelfredzame burger bestaat niet. Voor een succesvolle aanpak moeten burgers als een heterogene groep beschouwd worden met verschillende inzetbare kwaliteiten en behoeften. Wie zijn ze? Hoe staan ze in het leven? Welke problemen ervaren ze? Waar zit hun kracht en die van hun netwerk? Dat moet je eerst weten voordat je aanbod effectief kan zijn. De huidige aanpak is te veel 'one size fit's all'.
  • Iedere buurt heeft zijn eigen voorhoede van actieve burgers, ook wel publieke ondernemers genoemd. Zij weten vaak wat er speelt in de buurt en genieten het vertrouwen van buurtbewoners en durven bewoners ook aan te spreken op hun gedrag. Buurtinitiatieven die deze voorhoedeburgers inschakelen hebben meer slaagkansen.
  • In het algemeen werken vrijwilligers aanvullend op professionals, maar de afbakening van wat vrijwilligers kunnen doen blijkt niet altijd duidelijk. Wettelijk zijn er weinig belemmeringen, maar in praktijk vinden organisaties het soms lastig om in te schatten wat vrijwilligers kunnen.
  • Professionals moeten zich richten op het creëren van sociale netwerken en één-op-één relaties om kwetsbare burgers heen. Waardoor het eenvoudiger wordt om hulp te vragen en aan te bieden. In Amersfoort is een laagdrempelig burenhulpsysteem opgezet. Daar gaan welzijnswerkers van deur-tot-deur om mensen te vragen of ze behoefte hebben aan hulp en/of ze andere mensen willen en kunnen helpen. Een aanpak die succesvol is.


Mensen doen al veel zelf
Dat blijkt uit het recente onderzoek van het SCP naar mantelzorg en informele zorg in Nederland:

  • Een op de vijf volwassen Nederlanders (20%) geeft meer dan drie maanden of meer dan acht uur per week hulp aan een hulpbehoevende naaste, inclusief hulp aan huisgenoten (2,6 miljoen mensen). Van hen geven 1,1 miljoen mensen zowel langdurige als intensieve hulp; deze groep is in omvang toegenomen. Veel mensen zien de hulp die zij bieden zelf niet als mantelzorg; zij geven hulp vanuit vanzelfsprekendheid en liefde. Er is ook een kleine groep bij wie de hulpverlening niet geheel vrijblijvend is; zij zorgen uit plichtsgevoel of omdat er niemand anders beschikbaar is.
  • Mantelzorg verlenen kan heel positief zijn en voldoening geven of tot nieuwe contacten of vaardigheden of meer geluk leiden. Echter, mantelzorg kan, vooral als deze intensief is (veel uren) of bij hulp in moeilijke situaties (bijv. bij mensen met gedragsproblemen), leiden tot overbelasting. Doordat de intensieve zorgverlening in de loop van de tijd is toegenomen nam ook het aantal mensen dat zwaar of overbelast is toe.
  • De schatting hoeveel mensen actief zijn in de zorg lopen uiteen van 450.000 tot 2 miljoen. In het eerste geval gaat het om inschattingen op basis van vrijwilligersorganisaties, in het laatste om schattingen op basis van enquêtes onder de bevolking, waarin 8 tot 15% aangeeft weleens vrijwilligerswerk te doen in de zorg. In vergelijking met andere Europese landen is de deelname aan vrijwilligerswerk in Nederland groot. 
  • Naast het traditionele vrijwilligerswerk zijn er allerlei andere vormen van vrijwilligerswerk in opkomst. Dit varieert van burgerinitiatieven en tijdelijke vrijwilligers (de flitsvrijwilliger) tot geleid vrijwilligerswerk (zoals de maatschappelijke stage). Deze nieuwe vrijwilligers willen zich steeds minder voor een langere periode binden.
  • Mensen hebben uiteenlopende redenen om zich in te zetten in het vrijwilligerswerk. Sommigen willen graag iets voor een ander doen, maar anderen zien het als een manier om mensen te ontmoeten, zichzelf te ontwikkelen of ervaring op te doen. Anders dan bij de mantelzorg kiezen mensen er bewust voor om vrijwilligerswerk te doen.

Andere tone-of-voice en aanpak zijn nodig
Het nieuwe kabinetsbeleid leunt sterk op de eigen kracht van burgers. Mensen moeten het (samen met de buurt) zelf doen, al dan niet ondersteunt door hun eigen sociale netwerk. Uit onderzoek blijkt dat het enerzijds een kwestie is van lange adem en dat anderzijds overheden en professionals zowel  hun tone-of-voice als aanpak moet aanpassen om het echt van de grond te krijgen.  

Bron: Zorgenwelzijn.nl, Movisie.nl, TNO.nl, SCP.nl, Zorgvisie.nl.

Voorkom babylonische spraakverwarring, wat betekenen...:
Zelfregie = Zelf bepalen – Wat wil ik?
Eigen kracht = Zelf kunnen – Wat kan ik?
Zelfredzaamheid = Zelfstandig mee kunnen doen – Is hulp nodig?
Eigen verantwoordelijkheid = Zelf moeten of mogen – Wat moet of mag ik zelf doen?
Empowerment = Proces waarbij mensen individuele controle en meesterschap krijgen



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen