woensdag 6 november 2013

Patiënten houden niet van zelfmanagement

E-health toepassingen voor zelfmanagement worden nauwelijks gebruikt. Ook de groep die hier in de toekomst gebruik van wil maken, is nog redelijk beperkt. De communicatie laat te wensen over, zorgverleners gebruiken nog (te) veel papier en de toegevoegde waarde voor betrokkenen is onduidelijk. De klant zit in de zorg nog lang niet in de driver's seat.


Zelfmanagement nog in de kinderschoenen
Dat komt naar voren uit de eHealth-monitor 2013 van Het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (NICTIZ) en onderzoeksbureau Nivel.

Nederlanders hebben nagenoeg allemaal toegang tot internet; 66 procent zoekt online naar informatie over ziekte of behandeling. Toch blijft het gebruik van toepassingen voor zelfmanagement achterwege, ontdekten de onderzoekers.

Het gaat dan bijvoorbeeld om
- Een zelftest doen op internet (6 procent).
- Eigen gezondheidsgegevens online bijhouden (4 procent).
- Telefoon-reminder instellen voor het innemen van medicijnen (2 procent).


Communicatie laat te wensen over?
Zorggebruikers zijn ook nog slecht op de hoogte van de mogelijkheden die zorgverleners bieden voor online communicatie. Zij kunnen bijvoorbeeld bij twee derde van de huisartsen via internet een herhaalrecept aanvragen; slechts een op de vijf zorggebruikers weet dat dit kan. Wanneer online communicatie wel wordt gebruikt, is dat voor herhaalrecepten aanvragen en afspraken maken. Voor inzage in eigen dossier of labuitslagen wordt de online mogelijkheid weinig gebruikt.

Dit hangt volgens de onderzoekers samen met de terughoudendheid bij artsen. Zij zijn voorzichtig in het delen van gegevens over onderzoeken, diagnoses en notities. Ook zijn er nog weinig plannen om patiënten informatie te laten toevoegen aan het eigen dossier. Positiever staan de artsen tegenover inzage in het medicatiedossier. Zij zien hier een mogelijkheid voor patiënten om meer aan zelfmanagement te doen.

Nog veel papier
Van de medisch specialisten werkt nog 15 procent vooral met papier. 66 procent van de specialisten werkt al voornamelijk of compleet digitaal. Het feit dat papieren dossiervoering nog vaak voorkomt naast de elektronische dossiervoering, brengt  onnodige risico’s met zich mee, stellen de onderzoekers. Ook de uitwisseling van informatie met huisartsen laat te wensen over. Dat doet circa 46 procent. Digitaal informatie uitwisselen met collega’s ligt nog lager, op 32 procent. Dat komt mede door beperkte mogelijkheden. Door te investeren in informatieoverdracht worden die beperkingen voor artsen weggenomen, aldus de onderzoekers. Want de bereidheid onder artsen om digitaal uit te wisselen, is namelijk groot, ontdekten de onderzoekers.

De huisartsen doen het een stuk beter: 93 procent werkt digitaal. En vrijwel allemaal wisselen ze elektronisch informatie uit: met openbare apotheken, huisartsenposten en ziekenhuizen.

Teleconsult doet het beter
De onderzoekers hebben ook gekeken naar teleconsultatie en dat valt niet tegen. Driekwart van de huisartsen ontvangt digitaal advies van een dermatoloog. Een op de drie krijgt advies van een cardioloog over een ECG en 14 procent krijgt advies van een longarts over de beoordeling van longfunctieonderzoek.

Betere communicatie en meerwaarde zichtbaar maken
Om zorggebruikers aan te zetten tot zelfmanagement is het belangrijk dat zij goed geïnformeerd zijn. Ze weten volgens de onderzoekers goed hun weg te vinden op internet en zoeken zelf al informatie op over hun ziekte. Wanneer zorgverleners de mogelijkheden beter communiceren, zal het gebruik toenemen. Daarnaast is het belangrijk dat de meerwaarde van e-health zichtbaar wordt. Wat ict kan betekenen voor kwaliteit en veiligheid van patiënten blijft nog onderbelicht.

De onderzoekers weten dat zorggebruikers internet gebruiken voor bankzaken en het boeken van reizen. Het gebruik van e-health blijkt minder vanzelfsprekend. Betere voorlichting over de verschillende toepassingen als dagboeken en het zelf bijhouden van gezondheidsgegevens, kan hier verandering in brengen.

Toegang tot medicatiedossier
Patiënten zouden verder toegang moeten krijgen tot hun medicatiedossier. Zowel artsen als patiënten staan hier positief tegenover. Bovendien is het volgens de onderzoekers een goede eerste stap in het verder toegankelijk maken van de patiëntendossiers. Daar staan artsen namelijk wat terughoudender tegenover.

Praktische aspecten
Tot slot spelen praktische aspecten een rol. Veel artsen geven aan dat zij onzeker zijn hoe e-health zich verhoudt ten opzichte van de wet- en regelgeving. Ook de juiste inrichting van informatiesystemen zorgt nog voor problemen. Nascholing of e-health opnemen in curricula kan voor verandering zorgen.

Vervolg onderzoek komt eraan
Er is onderzoek gedaan naar de beschikbaarheid en het gebruik van e-health-toepassingen door zorggebruikers en zorgverleners. Dit eerste onderzoek gaat over het curatieve deel van de gezondheidszorg. In 2014 verschijnt een tweede rapport over de langdurige zorg.

Klantgedreven innoveren is vak apart en een kwestie van lange adem
Door slim gebruik van e-health zijn grote voordelen in de gezondheidszorg te behalen. Lees daarover mijn eerdere artikelen over e-health. De overheid, in de persoon van Minister Edith Schippers, wil daarom sterk inzetten op het stimuleren van het gebruik van e-health. In eerdere blogs schreef ik al waarom dit gemakkelijker gezegd, dan gedaan is. Klantgedreven innovatie is nu eenmaal lastige kluif.

Bron: Zorgvisie.nl, 2013, Nationale E-Health Monitor 2013 van Nictiz/Nivel.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten