woensdag 4 juni 2014

Participatiemaatschapij vraagt om burgerparticipatie

Zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid staan hoog op de maatschappelijke agenda. Zo staat in de troonrede dat ‘de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving’. Wat blijkt in de praktijk: burgers willen best meedoen en het leidt ook nog eens tot beter beleid. Maar het gaat niet vanzelf.


De Zelfredzame en Beleidsbeïnvloedende Burger
Die burgerkracht is ook hard nodig, want de klassieke verzorgingsstaat loopt op zijn laatste benen. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht twee bewegingen op het gebied van burgerparticipatie: (1) de ‘zelfredzame’, waarbij burgers zelf het heft in handen nemen om hun leefomgeving te verbeteren, en (2) de ‘beleidsbeïnvloedende’, waarbij burgers door lobbyen, stemmen, inspraak en medezeggenschap proberen richting te geven aan het beleid.

Het SCP deed onderzoek naar de resultaten en de waardering van de bevolking in vijf Nederlandse gemeenten die veel ervaring hebben met burgerparticipatie en die vaak als voorbeeld aangehaald worden: Berkelland, Emmen, Peel en Maas, Schouwen-Duivenland en Zeist.

Meer burgerparticipatie is mogelijk
Enkele conclusies van het SCP naar aanleiding van hun studie 'Burgermacht op eigen kracht?':
  • Twee op de vijf Nederlanders (40%) verricht vrijwilligerswerk en men is daar gemiddeld een klein uur per week mee bezig. 
  • Dit is de afgelopen decennia constant gebleven en ook het niveau van politieke participatie vertoont geen grote schommelingen. 
  • Vooral mensen van middelbare leeftijd, hogere inkomens, hogeropgeleiden, autochtonen en kerkgangers participeren vaak. 
  • Meer dan de helft van de bevolking van de vijf onderzochte gemeenten (55%) onderneemt niet of nauwelijks activiteiten, 15% is schrijver en stuurt wel eens een brief of e-mail naar de gemeente, 14% doet als ‘buurtactivist’ iets voor de buurt of gaat naar een inspraakbijeenkomst, 6% heeft veel contacten met het lokale bestuur en politici en 7% is ten slotte zowel politiek als maatschappelijk actief. 
  • Vergelijkingen met andere landen en het verleden laten zien dat aanzienlijk hogere niveaus van participatie mogelijk zijn dan nu het geval is. Aan dit hogere niveau lijken echter voorwaarden verbonden die moeilijk te realiseren zijn. 
  • Autonomie, persoonlijk contact met en waardering van de gemeente, kleinschaligheid en een vitale lokale pers werden regelmatig als belangrijke stimulerende factoren voor burgerparticipatie genoemd. 
  • In alle vijf gemeenten vindt een meerderheid van de burgers dat de actieve inbreng van inwoners leidt tot beter beleid dat bovendien meer aansluit bij wat mensen willen. Tegelijkertijd merken maar weinig inwoners dat hun gemeente burgerparticipatie probeert te bevorderen. 

Wereldwijd fenomeen
Burgerparticipatie is niet iets nieuws. In de vroegmoderne Nederlanden van de zeventiende eeuw zorgden dorpelingen en stedelingen al zelf voor publieke voorzieningen bij gebrek aan een sterke centrale overheid en de verzorgingsstaat zoals we die nu kennen. Burgerparticipatie is ook een wereldwijd fenomeen. Het SCP keek bijvoorbeeld ook naar Japan, waar burgers traditioneel de sociale ‘plicht’ hebben hun buurt op orde te houden; Groot-Brittannië, dat vanuit de filosofie van de Big Society de macht probeert te verleggen naar lokale gemeenschappen; en Duitsland, waar veel gemeenten uit financiële noodzaak taken overdragen aan hun inwoners.

Drijfveren voor burgerparticipatie 
Het niveau van zelfredzame participatie blijkt over de afgelopen decennia constant te zijn gebleven. Wel zijn Nederlanders in vergelijking met vroeger minder vaak lid van bijvoorbeeld een vakbond of kerk maar daar staat vaak tegenover dat men vaker deelneemt aan kleine informele verbanden. Ook het niveau van beleidsbeïnvloedende participatie laat geen grote schommelingen zien. Het percentage Nederlanders dat aangeeft zich de afgelopen twee jaar te hebben ingezet voor een kwestie van (inter)nationaal belang is weliswaar wat gedaald, maar het percentage dat zich inzet voor de eigen buurt of gemeente is weer wat gestegen. Belangrijkste reden voor vrijwilligerswerk is het helpen van anderen. Mensen zijn politiek omdat ze ontevreden zijn over de status quo, maar ook omdat ze vertrouwen hebben in zowel de eigen (politieke) capaciteiten als de overheid.

Kwart ouderen ervaart weinig regie over leven
Dat helpen van anderen is soms ook hard nodig. De overheid zet in op meer ‘eigen regie’ en ‘zelfredzaamheid’ van ouderen. Deze hervorming rust op vier aannames: dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig willen wonen, dat zij zelf meer willen en kunnen betalen voor ondersteuning en zorg, dat mantelzorg en vrijwilligerswerk professionele zorg grotendeels kunnen vervangen, en dat ouderen door technologie langer zelfstandig kunnen wonen.

Een overzichtsstudie van Nivel uit 2014 laat zien dat deze aannames niet bij alle ouderen en toekomstige ouderen passen.
- 46% regelt zijn zaken graag zelf en zal geen moeite met de hervormingen hebben.
- 28% heeft het gevoel zelf te kunnen beslissen over zijn leven, maar vindt ‘zelfredzaamheid’ niet zo belangrijk en wil als dat nodig wordt best ondersteuning.
- 16% van de ouderen die zelfredzaam wil zijn, kan het niet.
- 10% van de ouderen kan en wil niet zelfredzaam zijn.

Niet alle ouderen zijn dus in staat de ‘eigen regie van het leven te nemen’. De ouderen van de toekomst verschillen niet alleen in hoe zij in het leven staan, maar ook in hun mogelijkheden. Bijvoorbeeld hun mogelijkheden om zelf zorg te regelen of de mate waarin ze een beroep kunnen doen op familie en vrienden. Ook hun woonomstandigheden en financiële mogelijkheden variëren.

Ongeveer 25% heeft voor zijn gevoel weinig ‘regie’ over zijn eigen leven en verwacht dat het op eigen kracht niet zal lukken lang ‘zelfredzaam’ te blijven. Nivel spreekt in dit verband over vier groepen ouderen: Pro-actieve Oudere (46%), Zorgwensende Oudere (28%), Machteloze Oudere (16%) en de Afwachtende Oudere (10%).

Sociale hulp minder dan verwacht
Maar let op, sociale hulp door 'burgerparticipatie' is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. 75 procent van de Nederlanders neemt aan dat familie, vrienden of buren komen helpen als ze hulpbehoevend zijn. In de praktijk krijgen slechts 40 procent van de mensen die langdurig in de lappenmand zitten die hulp. Onder de kwetsbare groep 75-plussers is dat beduidend minder. Een grote groep mensen zal teleurgesteld zijn als de hulp die verwacht, niet komt. Die groep van 40 procent doet net zo vaak een beroep op de gemeente als in het verleden. Gemeenten honoreerden in 2012 acht van de tien WMO-verzoeken om hulp, zoals hulp in de huishouding. Er blijkt geen verschil te zitten tussen gemeenten die wel en die niet met 'keukentafelgesprekken' werken. Dat blijkt uit het SCP-rapport 'De WMO in beweging' uit 2014. 

Wikken en wegen bij zowel overheid als burger 
Zowel overheden als burgers ervaren allerlei dilemma’s en ambivalente gevoelens met betrekking tot burgerparticipatie. De overheid wil bijvoorbeeld enerzijds graag loslaten maar anderzijds wil ze ook de eindverantwoordelijkheid houden en geen verschillen tussen burgers krijgen. Ook burgers ervaren dilemma’s. Allereerst in zijn basishouding tot de overheid die kan variëren van protesteren (‘voice’), meewerken (‘loyality’) of besluiten een activiteit helemaal zelf te gaan uitvoeren (‘exit’). Ook moet een burger de keuze maken in hoeverre hij ervoor kiest de overheid of juist andere burgers te vertrouwen.

Burgerkracht is nodig want het einde van de verzorgingsstaat is nabij
Dat voorspelt de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ). De RVZ onderstreept de noodzaak tot verandering: 'Bij ongewijzigd beleid geven we in 2040 tussen de 18 procent en 25 procent van ons inkomen uit aan collectief gefinancierde zorg.' Om eigen verantwoordelijkheid voor de gezondheid te stimuleren is het nodig om de verzorgingsstaat af te bouwen. Ook de rol van verzekeraars kan kleiner. Dat schrijft de RVZ in haar toekomstvisie “Met de kennis van later - Naar een toekomst zorgbeleid”.

Mensen zullen zelf meer aan hun gezondheid moeten doen, zorgtaken oppakken, gezamenlijk zorg inkopen en risico's delen. De verzorgingsstaat zal daardoor verdwijnen en mensen moeten meer zeggenschap krijgen over de zorg die ze ontvangen. Hoe snel dit zal gaan, blijft onzeker, meent de RVZ. Dankzij meer technologische hulpmiddelen, nieuwe zorgproducten en kennis over gezondheid en DNA zijn mensen steeds beter in staat om ziekten te voorkomen en behandelen. Vergaande automatisering maakt het bijvoorbeeld mogelijk om het personeelstekort in de zorg op te vangen met robots. Zorgprofessionals zullen daarnaast standaard met digitale techniek gaan werken.

Succesfactoren: zeggenschap, schouderklopje en een kleine schaal 
Het is voor burgers die meedoen belangrijk dat ze zeggenschap hebben over hun eigen initiatief. Het werkt demotiverend zodra bijvoorbeeld de gemeente de controle overneemt. Men voelt zich dan immers niet langer zelf eigenaar van het initiatief maar een (onbetaalde) uitvoerder van gemeentelijk beleid.

Wat wel helpt is waardering van de kant van de gemeente, bijvoorbeeld in de vorm van een symbolisch schouderklopje van de burgemeester of een kleine  onkostenvergoeding.  Schaal is een ander belangrijk onderwerp. Met name in kleine dorpen is men zich ervan bewust dat iedereen zich zal moeten inzetten om verenigingen en winkels te behouden en daar zijn dan ook veel voorbeelden van burgerparticipatie te vinden. Als de schaal te groot wordt, dan wordt ook de afstand tot andere burgers en de gemeente te groot.

Doe-democratie
Kim Putters, hoogste baas van het SCP zegt het zo op Invoorzorg.nl: "De participatiesamenleving heeft te maken met arbeidsparticipatie, maatschappelijke participatie, met zorgen voor elkaar en voor de buren, met levenslang leren en switchen van baan. Je moet voor je wijk en je buurt zorgen en ook nog meedoen in beleid en bestuur, omdat er een zogenaamde doe-democratie moet komen. Maar de burgers is nooit gevraagd of ze in een doe-democratie willen wonen.

Als je dat allemaal bij elkaar optelt, dan rijst de vraag of deze stapeling van verwachtingen wel kan. Voor de een misschien wel, maar niet voor iedereen. Zeker nu de kwaliteit van leven in Nederland, voor het eerst in 30 jaar, terugloopt. Dat komt doordat de groep kwetsbare mensen met een laag inkomen, een lage gezondheid en geen werk toeneemt tot 6 à 7 procent van de bevolking.

We hebben 1,6 miljoen Nederlanders buiten de arbeidsmarkt staan, in de WW, de Wajong of als gepensioneerden. Verdeel dat over alle gemeenten, dan heeft elke gemeente wel een groep mensen die niet werkt. Dat zijn niet automatisch mensen die voor anderen kunnen zorgen.’ Zijn conclusie? ‘Een aantal seinen staat op rood. En die springen niet vanzelf op groen.".

Kortom, de burger wil best wel, maar het gaat niet vanzelf.

Bron: Burgermacht op eigen kracht? Een brede verkenning van ontwikkelingen in burgerparticipatie, SCP, maart 2014. Toekomstvisie Met de kennis van later - Naar een toekomst zorgbeleid, RVZ, 2014. Overzichtsstudie Ouderen van de Toekomst, NIVEL, 2014. De Werking van de WMO, SCP, 2014. Invoorzorg.nl, 2014.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen