woensdag 19 augustus 2015

Invoering eHealth wil nog niet vlotten

eHealth biedt legio kansen om de zorg klantvriendelijker, sneller, beter en goedkoper te organiseren. De win-win-situaties liggen voor het opscheppen. Toch blijkt opnieuw dat de invoering van eHealth niet echt wil vlotten. Hoe komt dat en wat kunnen we daar aan doen?


Eerst een kleine terugblik en dan kijken we naar de actuele stand van zaken.

eHealth-monitor 2014: we zijn goed op weg
Volgens Nivel is Nederland goed op weg met eHealth. Ten opzichte van 2013 is er voor enkele eHealth-toepassingen een toename van beschikbaarheid of gebruik. Zo zeggen meer zorggebruikers dat ze online contact kunnen hebben met zorgverleners, zoals voor het maken van afspraken, aanvragen van herhaalrecepten of vragen stellen aan de dokter via e-mail. Nederlandse artsen maken in vergelijking met vorig jaar nog meer gebruik van elektronische dossiervoering. Voor patiënten en zorgverleners zijn de voordelen van sommige eHealth-toepassingen nog  onduidelijk. Maar echt grote verschuivingen ten opzichte van vorig jaar zijn er niet, aldus de onderzoekers. Bekijk de resultaten over 2014 in deze interactieve infographic.

eHealth-monitor 2014: belangrijkste obstakels
Ondanks de gunstige uitgangspositie ziet Nivel geen grootschalige inzet van eHealth over de hele linie. Sommige toepassingen, zoals elektronische dossiervoering bij artsen en teledermatologie zijn breed ingevoerd, maar veel andere kansrijke toepassingen blijven nog ver achter. Denk hierbij aan dossierinzage voor patiënten en het zelf online bijhouden door zorggebruikers van gezondheidsgegevens of gegevens over doktersbezoeken of behandelingen.

Nivel ziet 4 belangrijke obstakels:
1. eHealth op de werkvloer is nog niet altijd een kwestie van ‘plug and play’.
2. Procesinnovatie is vrijwel altijd noodzakelijk, maar ingewikkeld.
3. Zorggebruikers en zorgverleners ervaren bij sommige toepassingen onvoldoende meerwaarde.
4. Beoogde gebruikers zijn niet altijd bekend met de mogelijkheden.

Voor een succesvolle eHealth-toepassing is een goede balans nodig tussen de investering (in geld en tijdsinspanning) en het resultaat (betere zorg, gemak en financiële vergoeding). Bekijk en download de e-Health-monitor 2014.

VWS: focus op de mogelijkheden van mensen.
In de zomer van 2014 verscheen de brief ‘e-health en zorgverbetering’ van de Minister en staatssecretaris van VWS. Daarin schrijven ze:

"Wij willen dat mensen centraal staan in de zorg en dat zij zo veel mogelijk regie over hun eigen leven kunnen nemen. De zorg dient zich aan te passen aan mensen in plaats van mensen aan de zorg. Met het vervagen van de grenzen tussen cure en care willen wij dat mensen in staat worden gesteld om zo lang mogelijk actief te participeren in het arbeidsproces en zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Wij hebben vanuit het perspectief van deze mensen een aantal domeinen geselecteerd waarbinnen we de inzet van eHealth extra willen stimuleren, omdat wij verwachten dat de inzet van eHealth in die domeinen de kwaliteit van leven kan verhogen."

VWS: ambitieuze doelstellingen
Om deze inzet te onderstrepen hebben de minister en VWS de volgende ambities geformuleerd:

1. Binnen 5 jaar heeft 80% van de chronisch zieken direct toegang tot bepaalde medische gegevens, waaronder medicatie-informatie, vitale functies en testuitslagen, en kan deze desgewenst gebruiken in mobiele apps ofinternetapplicaties. Van de overige Nederlanders betreft dit 40%. Dit heeft tot
effect dat mensen bewuster zijn van hun eigen gezondheid en dat fouten in dossiers bij zorgverleners sneller gedetecteerd kunnen worden.

2. Van de chronisch zieken (diabetes, COPD) en kwetsbare ouderen kan 75%, die dit wil en hiertoe in staat is, binnen 5 jaar zelfstandig metingen uitvoeren, veelal in combinatie met gegevensmonitoring op afstand door de zorgverlener. Zij kunnen zo de voortgang van hun ziektebeeld volgen en krijgen door de regelmatige feedback inzicht in het effect van hun gedrag op hun ziekte. Dit zal het voor mensen makkelijker en aantrekkelijker maken trouw te zijn aan hun therapie.

3. Binnen vijf jaar heeft iedereen die zorg en ondersteuning thuis ontvangt de mogelijkheid om – desgewenst - via een beeldscherm 24 uur per dag met een zorgverlener te communiceren. Naast beeldschermzorg wordt hierbij ook domotica ingezet. Dit draagt eraan bij dat mensen langer veilig thuis kunnen wonen.

VWS: belemmeringen voor opschaling
In de brief worden, op basis van tal van onderzoeken, de volgende belemmeringen voor eHealth gezien:

1. FINANCIERING: Er zijn belemmeringen voor de zorgverlener om deze zorgvernieuwing gefinancierd te krijgen. Dit heeft zowel te maken met de bekostiging als de zorginkoop door zorgverzekeraars.

2. INFORMATIE-UITWISSELING: Er zijn belemmeringen in de informatieuitwisselingen. Er is behoefte aan (geaccepteerde) technische standaarden die zorgadministraties en apps onderling interoperabel te maken.

3. SAMENWERKING: Er is meer samenwerking nodig. Zorgaanbieders, zorgverzekeraars en ICT-leveranciers ontwikkelen nog te vaak hun eigen oplossing voor hetzelfde doel, omdat beschikbare kennis niet genoeg gedeeld wordt en omdat ze zich willen onderscheiden van hun concurrent.

4. VERTROUWEN: Het vertrouwen van zorgprofessionals en zorgaanbieders in eHealth is vaak nog laag. De cultuur bij deze partijen is soms nog erg gericht op het overnemen van zorg en het idee dat er altijd een professionele zorgverlener fysiek aanwezig dient te zijn. Daarnaast wordt de toepassing van technologie vaak als kil en afstandelijk gezien, terwijl bij het leveren van zorg compassie en persoonlijk contact als belangrijke waarden centraal staan. Hierdoor wordt de inzet van technologie eerder gezien als een bedreiging dan als een kans om de zorg te verbeteren. Het inzicht dat minder face-to-face contacten niet hoeft te betekenen dat de relatie met de patiënt afstandelijker wordt, zal moeten groeien.

5. ONBEKENDHEID: Het is voor mensen nog niet helder welke mogelijkheden er zijn op het gebied van eHealth en de betekenis hiervan in hun individuele situatie. Als deze mogelijkheden niet helder zijn kunnen zij hun zorgverleners niet stimuleren eHealth in de zorg in te zetten.

eHealth-monitor 2014: aanbevelingen voor versnellen van invoering
Nivel komt in zijn eHealth-monitor 2014 tot tot vijf aanbevelingen om de invoering eHealth te versnellen. De aanbevelingen uit 2013 worden door de resultaten van 2014 herbevestigd:
1. Maak zorggebruikers duidelijk wat er kan.
2. Geef online dossierinzage aan patiënten, om te beginnen in het medicatiedossier.
3. Versterk de informatie-uitwisseling.
4. Vergroot de eHealth-deskundigheid onder zorgverleners.

De belangrijkste nieuwe aanbeveling van Nivel is om krachtig te sturen op tastbare meerwaarde. De drie doelstellingen van de minister en VWs over inzage in het medische dossier, zelfmetingen en telemonitoring, en beeldschermzorg (hierboven) kunnen daarin richtinggevend zijn.

Vragen naar de bekende weg
Maar hoe is de situatie nu, 1 jaar later in 2015? Volgens mij is dat vragen naar de bekende weg, want wat kan er allemaal op dit weerbarstige terrein gebeuren in 1 jaar? Maar goed, laten we toch even kijken naar wat onderzoeksresultaten.

eHealth-monitor 2015 tussenrapport: invoering eHealth wil niet vlotten
Een (hernieuwde) nulmeting naar eHealth-gebruik in Nederland laat zien dat er nog een wereld te winnen is. De drie eHealth-doelstellingen van VWS zijn nog verre van bereikt. Dat blijkt uit het Tussenrapport eHealth-monitor 2015 van Nictiz en Nivel.

Doelstelling 1: Inzage medische gegevens
Ongeveer 10 procent van de chronisch zieken heeft in het afgelopen jaar inzage gehad in hun medische gegevens via internet bij een of meerdere zorgverleners. Van de chronisch zieken geeft 10-14 procent aan dat inzage via internet bij de huisarts mogelijk is, bij het ziekenhuis is dit 4-5 procent en bij de apotheek is dit 8 procent. Van de 10 procent die inzage hadden via internet, geeft het merendeel aan dat zij meer inzicht in en controle over de eigen situatie ervaren, het gemakkelijk vinden en zich hierdoor meer betrokken voelen bij de behandeling.

De ondervraagden geven ook aan dat zij niet goed op de hoogte zijn van alle inzagemogelijkheden in hun medische gegevens via het internet.

Doelstelling 2: Zelfmetingen en telemonitoring
Van alle chronisch zieken doet nu 40 procent aan zelfmetingen, van de kwetsbare ouderen 36 procent. Het gaat dan om waarden als gewicht, bloeddruk of bloedsuikerwaarde. Opvallend is dat 41-45 procent de meetgegevens niet registreert. Zonder historisch overzicht is het bijvoorbeeld moeilijker om patronen te ontdekken of inzicht te krijgen in therapietrouw of leefstijl.

Ongeveer de helft van de mensen met een chronische ziekte die zelf meten en vier op de tien kwetsbare ouderen die zelf meten, doen dit alleen voor zichzelf om te controleren of de meetwaarden binnen bepaalde grenzen blijven.

In de doelstelling staat beschreven dat zelfmetingen gepaard moeten gaan met gegevensmonitoring op afstand door de zorgverlener. Uit dit onderzoek blijkt dat bij 7 procent van de chronisch zieken die zelf meten en bij 13 procent van kwetsbare ouderen die zelf meten, de zorgverlener de gezondheidswaarden op afstand in de gaten houdt en contact opneemt als er iets mis is.

Metingen door patiënten zijn vaak onbruikbaar.
Zelfmeting alleen is niet voldoende. Artsen zijn namelijk onvoldoende in staat om klinische beslissingen te maken op basis van aangeleverde metingen door patiënten. Dat komt naar voren in een studie van het Amerikaanse ziekenhuis Mayo Clinic. Circa 45 procent van hun patiënten met hoge bloeddruk monitoren zichzelf thuis. Zij hebben de mogelijkheid om hun waarden te communiceren met artsen bij de Mayo Clinic. De informatie die patiënten sturen verschilt echter enorm in kwaliteit. Er wordt verkeerd, te veel of te weinig gemeten of er worden fouten gemaakt bij registratie en doorgeven. In slechts 12 procent van de gevallen waren artsen in staat om een klinische beslissing te maken op basis van de gegeven data. In alle andere gevallen was er extra actie nodig om alle benodigde gegevens boven tafel te krijgen. Bron: Zorgvisie.nl, augustus 2015.

Doelstelling 3: Beeldschermzorg
Deze meting laat zien dat 5 procent van de mensen die thuis zorg ontvangen via het beeldscherm contact kan maken met een zorgverlener. 18 procent geeft aan daar gebruik van te willen maken. Bijna de helft (45 procent) zegt geen gebruik te willen maken van beeldschermzorg. 'Waarschijnlijk speelt onbekendheid met de mogelijkheden een rol bij de vraag of men wel of niet gebruik zou willen maken van beeldschermzorg', vermoeden de onderzoekers. 'Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen vaak geen idee hebben welke technologische toepassingen mogelijk zijn en hoe deze gebruikt zouden kunnen worden in de zorg thuis. Vanuit die optiek zou meer aandacht gewenst zijn voor de mogelijkheden van toepassingen zoals beeldschermzorg.'

Innovatie is toch alom aanwezig: Zorg Innovatie Thermometer 2014
Toch is innovatie alom aanwezig als je naar de resultaten kijkt van de Zorg Innovatie Thermometer 2014. Een onderzoek van Fluent Healthcare onder enkele duizenden medewerkers in de zorg over eHealth en innovatie. Deelnemers waren bestuurders, beleidsmedewerkers, managers en zorgprofessionals van ziekenhuizen, ZBC, GGZ, verpleging, verzorging, thuiszorg, gehandicaptenzorg en jeugdzorg. Het merendeel (87%) van de zorgprofessionals heeft te maken met innovaties in de directe omgeving. De GGZ komt naar voren als meest innovatieve sector; 93% geeft aan met innovaties en eHealth te maken te hebben.

Enkele uitkomsten en inzichten uit de Zorg Innovatie Thermometer 2014:
- In 2014 zijn er nog weinig procesaanpassingen in het werk bij innovaties. Wel zijn er verschuivingen in de werkzaamheden.
- Innovaties zijn nog niet geïntegreerd in het primaire proces. De VVT loopt hierin voorop, zij kennen de meeste procesaanpassingen en ervaren de meeste invloed van innovaties op werkplezier.
- Innovatie zorgt voor meer doelmatigheid en leidt niet zozeer tot meer kosten. Een grote uitdaging wordt gezien in de bekostiging, structurele financiering is vaak nog niet geregeld.
- De aansluiting op bestaande systemen is vooral bij de ziekenhuizen een grote uitdaging.
- Er is voldoende aanbod van innovaties en de techniek werkend krijgen is geen uitdaging. Het vervolgens opschalen van de innovaties is nog wel een uitdaging.
- De zorg innoveert, maar dit kenmerkt zich nog tot een behoorlijke technologie push.

Voordelen van eHealth kunnen enorm zijn
De invoering van eHealth staat hoog op de zorgagenda, want de voordelen en besparingen kunnen enorm zijn. Zo zou alleen al de inzet van Apps  in totaal een besparing van zo'n 400 miljoen kunnen opleveren, becijfert wetenschappelijk onderzoeksbureau NYFER in opdracht van zorgverzekeraar ONVZ.

Een belangrijke bevinding is dat met behulp van apps minder fysiek contact met zorgverleners nodig is. Als voorbeeld wijzen de onderzoekers dat het monitoren van hartpatiënten kan leiden tot 25 procent minder ziekenhuisopnames. Een ander punt waar de zorg met technologie aan effectiviteit kan winnen is consultatie en diagnose. Artsen blijken onderling nauwelijks gebruik te maken van technische hulpmiddelen om informatie uit te wisselen. Dat er zoveel voordeel te halen is, komt volgens onderzoekers omdat de productiviteit in de zorg niet is toegenomen en de kosten jaarlijks met drie procent stijgen.

De onderzoekers zien ook de nodige risico's aan het werken met eHealth, maar dat even terzijde. Verder is de overstap op eHealth niet snel te regelen. NYFER verwacht grote kosten met in het invoeren ervan. Dat komt niet alleen door de ontwikkeling van applicaties, beveiliging en het invoeren, maar ook doordat zorginstellingen dan anders moeten gaan werken.

Geen doel op zich: aanbod en bewustwording
De onderzoekers van Nivel benadrukken dat eHealth geen doel op zich is, maar (1) gezien moet worden als hulpmiddel waarmee mensen beter kunnen participeren in het zorgproces. De nulmeting laat zien dat het voor een verdere verspreiding van deze hulpmiddelen nodig is, dat het aanbod van toepassingen voor patiënten verder wordt versterkt. Ook is hiervoor nodig dat (2) patiënten zich veel meer bewust worden van de mogelijkheden van ICT en internet voor de zorg.

Twee voorbeelden van hoe dit er in de praktijk uit kan zien.

1. Zelfdiagnostiek voorkomt heropnames in ziekenhuis
Thuiszorgorganisatie Sensire en ziekenhuis Slingeland ontwikkelden samen met FocusCura de ThuismeetService. Chronische patiënten (COPD, harfalen) gebruiken hun iPad  met daaraan gekoppelde meetapparatuur en een slimme app, zodat ze direct in verbinding staan met het Medisch Service Center. Daar doen verpleegkundigen de triage, voeren zij zo nodig beeldgesprekken of wordt de thuiszorg gestuurd. Sensire-bestuurder Van Rixtel: "Met deze nieuwe manier van werken, kunnen we de zorgketen veel beter organiseren en zijn we in staat preventief in te grijpen. Zo voorkomen we tot 28 procent heropnames en reduceren we polibezoek met 26 procent in de proefgroep".

De patiënten zijn zeer enthousiast. Ze waarderen de dienst met een ruime 8 en maar liefst 88 procent van de patiënten met hartfalen beveelt de dienst aan anderen aan. Tegelijkertijd zegt 69 procent van de ondervraagden zich zelfstandiger te voelen en ervaart 44 procent minder klachten van hun ziektebeeld.

2. E-healtpoint informeert mensen
Medipoint heeft onlangs bij ZuidOostZorg in Drachten het eerste e-healthpoint van Nederland geopend: een fysieke plaats waar mensen informatie over e-health kunnen krijgen en producten kunnen uitproberen of bestellen. Om de e-healthpoints te realiseren heeft Medipoint een samenwerking met zorginnovatiebedrijf FocusCura gesloten.

Bij het e-healthpoint kunnen bezoekers kennismaken met nieuwe communicatietechnieken die in de (thuis)zorg kunnen worden ingezet. Daarbij zijn er legio mogelijkheden. Met apps voor de iPad kan op afstand contact kan worden gemaakt met de arts of verpleegkundige, tablets kunnen worden verbonden aan een weegschaal, bloeddruk- of hartslagmeter om vitale signalen door te geven en elektronische dispensers kunnen automatisch medicijnen aanreiken op het juiste tijdstip. Via de centrale iPad is er videocontact met een e-healthexpert van FocusCura mogelijk die voorlichting kan geven. De komende maanden moeten er door Nederland heen meer e-healthpoints komen, zo maakt initiatiefnemer Medipoint bekend.

Nog een lange weg te gaan
Kortom, hoewel er al heel veel gebeurt, is er nog een lange weg te gaan als gaat om eHealth. De wereld is helaas minder maakbaar dan velen misschien denken.

Bron: eHealth-Monitor 2014, VWS, Skipr.nl, Fluent Healthcare, Nu.nl.

PS:
Innovatie met meerwaarde is geen garantie voor succes
De helft van ondernemers in de medische technologie ondervindt moeilijkheden bij het vermarkten van nieuwe producten, zelfs wanneer deze innovaties duidelijk medische meerwaarde hebben voor patiënten. Dat blijkt uit onderzoek van het Radboudumc onder 34 van de 400 bedrijven in Nederland die zich bezighouden met de ontwikkeling van medische technologie.

Van de onderzochte bedrijven gaf bijna de helft aan problemen te hebben bij het krijgen van voldoende financiering voor de ontwikkeling van nieuwe technologie. Andere obstakels die in het Radboud-onderzoek worden genoemd zijn: weerstand onder medische professionals of inkoopafdelingen van ziekenhuizen. Ook blijkt het volgens Radboudumc moeilijk om de zorgverzekeraars te overtuigen om gebruik van een nieuw hulpmiddel te vergoeden. Daarnaast zeggen bedrijven hinder te ondervinden van alle wet- en regelgeving.

Door de opeenstapeling van problemen bereiken innovaties de patiënt maar mondjesmaat en blijven snelle doorbraken in de patiëntenzorg uit. “Het is eigenlijk raar dat innovaties met verbeterpotentie zo veel moeite hebben om bij de patiënt te komen”, zegt Richard van den Broek, directeur van het aan Radboudumc gelieerde MedValue (bron, Skipr.nl, juli 2015).

-------------------------///

Meer zorgmarketing
Lees meer over marketing in de zorg (zorgmarketing) op www.indora.nl






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen