vrijdag 14 augustus 2015

Participatiemaatschappij is trekken en sleuren

De participatiemaatschappij is een blijvertje. De kranten staan er bol van en het onderwerp komt iedere avond wel een keer langs op tv. We krijgen er vroeg of laat allemaal mee te maken. Maar de omslag van de klassieke verzorgingsstaat naar een moderne participatiesamenleving gaat niet vanzelf.


Beter een goede buur dan een verre vriend
Vroeg of laat krijgen we allemaal te maken met de 'participatiemaatschappij'. Misschien heb je al iemand gesproken van het nieuwe wijkteam bij jou in de buurt, heeft een van je familieleden of bekenden kennisgemaakt met het fenomeen ‘keukentafelgesprek’, zorg je als 'mantelzorger' voor je ouders, heb je mensen met een arbeidsbeperking in dienst of help je met activiteiten in de buurt.

Onze oude vertrouwde verzorgingsstaat wordt snel ingewisseld voor een participatiemaatschappij. Vadertje Staat trekt zich terug en wil uit bezuinigingsoptiek alleen nog maar het hoogst noodzakelijke doen. Mensen moeten meer zelf doen en meer samen doen. Het spreekwoord 'beter een goede buur dan een verre vriend' wordt werkelijkheid. Nieuwe containerbegrippen als zelfregie, zelfredzaamheid en samenredzaamheid hebben hun intrede gedaan, maar moeten de komende jaren verder vorm en inhoud krijgen. Het gaat om invulling geven aan zaken als elkaar helpen, delen, lenen, ruilen, weggeven, hergebruiken en samendoen. De term 'deeleconomie' heeft zijn intrede gedaan om duidelijk te maken dat er iets 'nieuws' aan het ontstaan is.

Burenhulp komt terug in een nieuw jasje
Tal van organisaties, instellingen, bedrijven en ondernemers springen in dit 'gat van de markt' met nieuwe consumenten-initiatieven, platformen en websites op het gebied van zorg thuis, burenhulp, spullen verkrijgen, etc. De een wat idealistischer of commerciëler dan de ander. Van het aloude Verbeterdebuurt.nl tot het nieuwe WeHelpen.nl, Mijnbuurtje.nl, Spullendelen.nl en Thuisafgehaald.nl. Verder zijn er natuurlijk de bekende zorg- en welzijnsorganisaties, dorpsbelangen, buurtverenigingen, voedselbanken en organisaties als Leger De Heils en Oranje Fondds die hier op inspelen.

Burgerparticipatie is best lastig
We keren daarmee terug naar de tijd waarin burgers zelf het heft in handen namen om samen hun leefomgeving te verbeteren via de oprichting van boerencoöperaties, dorpsverenigingen, scholen, buurthuizen, woningbouwverenigingen en kruisverenigingen (voorloper van de thuiszorg). De overgang van de comfortabele verzorgingsstaat waarin de overheid alles regelt, naar een moderne maatschappij waarin burgers weer samen zelfredzaam zijn, is echter geen gemakkelijke opgave.

Niet willen
Veel Nederlanders hebben namelijk grote twijfels over de participatiesamenleving. Een ruime meerderheid (75 procent) vindt dat de overheid haar eigen verantwoordelijkheden heeft en deze niet kan afschuiven op de burgers. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Solidariteit in Nederland’ van verzekeraar Achmea. Bijna iedereen vindt belangrijk dat burenhulp een vrije keuze is. Het mag geen verplichting worden en mantelzorg voor de buren mag ook geen dagtaak of nachtwerk worden.

Niet kunnen
Naast niet willen, is er ook niet kunnen. Zo blijkt uit onderzoek van Nivel dat één op de twee Nederlanders (50 procent) moeite heeft om zelf de regie te voeren over gezondheid, ziekte en zorg. Het ontbreekt vaak aan kennis, motivatie en zelfvertrouwen. Familie en buren zouden hier kunnen helpen. Burenhulp is echter niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. 75 procent van de Nederlanders neemt aan dat familie, vrienden of buren komen helpen als ze hulpbehoevend zijn. In de praktijk krijgt slechts 40 procent van de mensen die langdurig in de lappenmand zit die hulp. Onder de kwetsbare groep 75-plussers is dat nog veel minder. Daarnaast is er een grote groep mensen die helemaal geen netwerk van familie of vrienden heeft. Dat blijkt uit het SCP-rapport 'De WMO in beweging' uit 2014. Hulp via een van de vele nieuwe burenhulpwebsites zou dan een oplossing kunnen zijn.

Niet weten
Inderdaad, zou kunnen, want uit onderzoek van NPCF onder 20.000 Nederlanders blijkt dat het overgrote deel van de ouderen onbekend is met sites als WeHelpen.nl of Zorgvoorelkaar.nl waarop hulp wordt aangeboden of kan worden gevraagd. Verder is er een grote groep burgers die geen computer, internet of sociale media heeft of daar niet goed mee overweg kan. Zij zijn niet ‘digitaal vaardig’ genoeg om mee te kunnen komen met alle nieuwe dingen. Ook blijkt dat veel meer mensen hulp aanbieden dan er hulp vragen. Een derde van de 65-plussers vraagt geen hulp terwijl ze dat wel goed kunnen gebruiken. Ook zijn veel ouderen bang dat vrijwillige burenhulp ten koste gaat van professionele zorg. Als in het ‘keukentafelgesprek’ blijkt dat de buren bijspringen, zou dat kunnen zorgen voor een afwijzing van professionele zorg, zo vrezen veel ouderen.

Senioren hebben weinig vertrouwen in mantelzorg
Bijna 40 procent van de ouderen zegt te verwachten dat er niemand in de directe omgeving is die hen kan helpen als de nood aan de man komt. Onder ouderen met (ernstige) gezondheidsbeperkingen, zegt zelfs 52 procent niemand in de omgeving te hebben die mantelzorg kan of wil geven. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy in 2015. Slechts 1 op de 5 ouderen denkt dat er mensen in de omgeving zijn die mantelzorg willen en kunnen geven. Opvallend is volgens USP dat hoe vitaler iemand zich voelt, des te hogere verwachtingen diegene koestert over het ontvangen van mantelzorg.  Kinderen worden over het algemeen gezien als de ideale mantelzorgers voor hun ouders. Slechts 7 procent zegt helemaal geen mantelzorg te willen verlenen aan ouders.  Bijna de helft van de kinderen zegt dat ze graag bereid zijn om te zorgen voor hun ouders als dit in de toekomst nodig zou zijn. Maar hoewel 45 procent van de kinderen wel wil, laten de omstandigheden het niet toe. Redenen hiervoor zijn onder meer de reisafstand tot de ouders, drukke banen en het managen van het eigen gezinsleven. Bron: Skipr.nl, augustus 2015.

Nieuwe initiatieven als aanjager
Kortom, de participatiemaatschappij komt niet vanzelf. Het is minder maakbaar dan gedacht en vooral veel 'trekken en sleuren'. Het kost veel inzet van alle partijen en zal zeker de nodige jaren duren. In het hele land worden zaken uitgeprobeerd om burgers er echt bij te betrekken.

Zo gingen in Amersfoort maatschappelijk werkers en vrijwilligers de buurt in, van deur tot deur, om mensen te informeren, te vragen en hulpvragers en hulpaanbieders direct aan elkaar te koppelen. Schiedam heeft het programma SchiedamsDoen. Burgers dienden 131 voorstellen in om samen de leefomgeving te verbeteren. Denk aan de invoering van een burgerkennisnetwerk, het maken van natuurspeelplaatsen en buurtoppas, buurtpreventie en huiswerkbegeleiding door vrijwilligers.

EindhovenDoet is iets vergelijkbaars. Het koppelt hulpvragers, vrijwilligers en bedrijven aan elkaar en wil zo iedereen laten meedoen in de Eindhovense samenleving. In Amsterdam heeft de vrijwilligersacademie de BurenBond opgericht. De BurenBond wil samen met vrijwilligers uit de hele wijk ‘buren’ gaan organiseren voor mensen die moeite hebben het dagelijks leven vorm te geven of geen sociaal netwerk hebben.

In mijn eigen wijk hebben we sinds kort Buurtkracht. Een initiatief van wijkbewoners waarmee een meldpunt voor hulpvragers en ontmoetingsplekken voor wijkbewoners, vrijwilligers en zorg- en welzijnsprofessionals worden gerealiseerd.

Dit soort initiatieven zijn er in alle soorten en maten, maar vaak onbekend voor het grote publiek. Lees mijn blog over 75 manieren om de buurt te helpen (burenhulpwebsites).

Klantgericht bouwen aan een wakkere stad
Om de omslag te kunnen maken naar een participatiesamenleving moeten we bouwen aan een 'wakkere stad met wakkere burgers'. Dat schrijven de auteurs Jan van Ginkel en Frans Verhaaren in hun zeer inspirerend boek ‘Werken aan de wakkere stad – Langzaam leiderschap naar gemeenschapskracht’.

Het gaat daarin niet over de ‘buitenkant’ met al die bestuurlijke veranderingen, wetten en regels, maar juist over de ‘binnenkant’. Over een nieuwe manier van samenwerken en samenleven tussen alle betrokken partijen zoals gemeenten, organisaties, bestuurders, managers, professionals én burgers. En dat vraagt veel tijd en inzet. Veel langer dan het korte termijn perspectief van het volgende beleidsplan of van de huidige gemeentebestuurder die hooguit vier jaar beslaat.

De vraag is welke bestuurders, directeuren, managers en professionals deze uitdaging vanuit een gemeenschappelijk lange termijn belang durven oppakken? Natuurlijk op basis van klantgerichte strategieën, want een ‘one size fits all’ aanpak is gedoemd te mislukken.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen