zaterdag 18 maart 2017

Pensioenmythe geeft te denken

De berichten in de media zijn duidelijk: we hebben het beste pensioenstelsel van de wereld. Op het eerste oog lijkt dat misschien ook zo. Maar wie verder kijkt dan zijn neus lang is ziet een pensioenstelsel dat op instorten staat en in rap tempo afstevent op een faillissement. Waarbij jongere generaties het gelag betalen. Dat is de boodschap van het boek de Pensioenmythe.


De Pensioenmythe

Martin Pikaart is onafhankelijk pensioenstrateeg en medeoprichter van AVV, het Alternatief voor Vakbond. Dat alternatief is volgens Pikaart hard nodig, want vakbonden komen alleen op voor de belangen van de vergrijsde achterban. Die wil volgens Pikaart maar één ding: zo snel mogelijk stoppen met werken met zoveel mogelijk pensioen. Aan de jongere generaties hebben ze geen boodschap, maar die blijven wel met de gebakken peren zitten. Als zij met pensioen gaan, is er niet veel meer over van het zo geroemde Nederlandse pensioenstelsel.

Pikaart schreef in 2011, in het hart van de financiële en economische crisis, het boek de Pensioenmythe. Met op de cover de zure constatering dat de oude slogan ‘je werkt één dag in de week voor je pensioen‘ al lang niet meer opgaat. Die slogan kan volgens de auteur beter vervangen worden door ‘je werkt twéé dagen in de week….voor iemand anders zijn pensioen’!


Pensioenstelsel staat op instorten

De auteur beschrijft in de Pensioenmythe hoe het Nederlandse pensioenstelsel in elkaar zit en waarom het op instorten staat. De huidige generatie babyboomers heeft geluk. Ze kunnen al jaren gebruik maken van goudgerande VUT-regelingen (die door jongere generaties betaald worden) en krijgen een uitstekend pensioen. Terwijl ze daarvoor onvoldoende betaald hebben. Met als gevolg dat jongere generaties betalen voor de pensioenen van de babyboomers van nu. Ze zullen het later zelf met een veel kariger pensioen moeten doen, als het er al is.


Pensioenpartijen kijken naar korte termijn en eigen belang

Interessant is ook om te lezen hoe de Nederlandse polder op pensioengebied bestuurlijk in elkaar zit. Met een complex netwerk van belangenpartijen van werkgevers, werknemers (vakbonden), overheidsinstellingen en pensioenfondsen. Partijen die vooral het korte termijn- en eigenbelang voorop lijken te stellen.


Alle pensioenproblemen op een rij 

Het pensioenstelsel staat op instorten door decennialang gerommel op tal van fronten, zo lezen we in het boek. De auteur schat dat het ergens rond 2030 zo ver is, dan is de pensioenkas leeg. De belangrijkste oorzaken op een rij en deels in eigen woorden weergegeven:

  • De meeste pensioenfondsen hebben lange tijd (periode 1979-2006) niet de kostprijs dekkende premie gevraagd (soms maar de helft of nog minder). Vooral ook omdat alle betrokkenen uit de Nederlandse polder, uit economische overwegingen graag de loonkosten wilden drukken en dan helpt het als de pensioenpremies laag worden gehouden.
  • De meeste pensioenfondsen heffen geen premie voor de indexatie maar hebben wel de ambitie om te indexeren (dus ze heffen 30% tot 60% te weinig premie). Maar ze communiceren dit niet naar hun leden, die gaan uit van indexatie en eisen dat ook (het bestaansrecht van de 50-plus partij).
  • De pensioenfondsen hebben de stijging van de levensverwachting onderschat (bijkomende kosten bedragen circa 20% sinds de jaren vijftig). Mensen leven langer en krijgen dus langer pensioen, alleen is voor die ‘verlenging’ door deze langer levende senioren geen pensioenpremie betaald. Dat geld komt uit de pensioenpremies die nu door de jongere generaties worden betaald (waardoor ze zelf minder pensioen opbouwen). Pensioenfondsen worden steeds kwetsbaarder door de ontgroening en vergrijzing. Steeds minder werkenden betalen voor steeds meer gepensioneerden. 
  • De pensioenfondsen werken in hun herstelplannen (nodig om de gewenste dekkingsgraden te halen) met weinig realistische c.q. zeer risicovolle rendement-, inflatie- en indexatiecijfers om de rekensommen maar kloppend te krijgen. Toezichthouders sputteren maar beperkt tegen. Het gevolg is dat er teveel pensioengeld uitgekeerd blijft worden, in verhouding tot wat er betaald is en wat er binnenkomt. Pensioenfondsen worden financieel uitgehold. De problemen worden niet aangepakt, maar vooruit geschoven en op het bord gelegd van de 50-minners. 
  • Pensioenfondsen en hun besturen hebben te weinig kennis van zaken en hebben te weinig aandacht voor risicobeheer en de uitvoering van het beleggingsbeleid. Dat wordt door de jaren heen door meerdere commissies en onderzoeksrapporten aan de orde gesteld, maar er vinden nauwelijks verbeteringen plaats (de pensioenlobby is sterk en houdt de status quo in stand). Dit gebrek aan kwaliteit heeft de afgelopen decennia vele miljarden gekost.
  • Om de boel kloppend te krijgen moeten bij de huidige en komende gepensioneerden (de babyboomgeneratie), de pensioenuitkeringen omlaag, de pensioenpremies omhoog en kan er vele jaren niet geïndexeerd worden. Wie gaat die boodschap vertellen aan de babyboomers die altijd zijn uitgegaan van een waardevast pensioen? Blijkbaar niemand waardoor de problemen eendrachtig naar de toekomst worden verschoven.


Geloofwaardig betoog

Ik ben geen pensioendeskundige. Toch komt het verhaal van de auteur geloofwaardig over. Met name door de duidelijke uitleg, de feitelijke onderbouwing met argumenten en cijfers, de vele bronnen waarnaar verwezen wordt en de vele pensioeninsiders die in het boek letterlijk geciteerd worden.

De conclusie van de auteur is duidelijk: het huidige pensioenstelsel is niet duurzaam en is niet zo goed en niet zo solidair als vele misschien denken. Een boodschap waarmee ‘klokkenluider’ Pikaart weinig vrienden heeft gemaakt in de pensioensector, zo lijkt het.


Spannend, vlot en begrijpelijk

De Pensioenmythe biedt spannende kost en is vlot en begrijpelijk geschreven. De Pensioenmythe een aanrader voor iedereen die meer wilt weten over het Nederlandse pensioenstelsel, de pensioendiscussies die dagelijks in de media staan en zich afvraagt of er voor hem of haar over twintig jaar nog wel een pensioen is weggelegd.

Ik zou er niet te veel op rekenen. Zie ook onderstaand nieuwsbericht waarin Wouter Koolmees, de nieuwe minister van Sociale Zaken, in november 2017 spreekt over 'de vrees voor een confrontatie tussen generaties over pensioen'.
          


Het boek De Pensioenmythe is te koop op Managementboek.nl.


Reactie van schrijver Martin Pikaart 

Op 23 maart 2017 kreeg ik van schrijver Martin Pikaart de volgende korte reactie op mijn vraag of de situatie inmiddels verbeterd is, ook door het opschuiven van AOW- en pensioenleeftijd (zie hieronder). Zijn reactie:

"Er is idd het een en ander veranderd, maar de problemen die ik beschrijf zijn in essentie nog dezelfde. Het boek heeft zijn werk gedaan: voorheen dacht het grote publiek dat alles koek en ei was aan ons stelsel, sinds De pensioenmythe staat de problematiek op de politieke agenda.
mvg Martin Pikaart".

Confrontatie tussen generaties over pensioenen

'Koolmees vreest confrontatie tussen generaties om pensioen.' Zo luidt de kop van een nieuwsbericht op Nu.nl op 20 november 2017. Hieronder staat het ingekorte nieuwsbericht.

Het draagvlak voor het pensioenstelsel ''brokkelt langzaam af". Daarom is het volgens minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) belangrijk dat met werkgevers- en werknemersorganisaties overeenstemming wordt bereikt over vernieuwing van de oudedagsvoorziening. De minister vreest dat ouderen en jongeren straks ''lijnrecht tegenover elkaar staan" als het gaat om het pensioen, zei hij op een bijeenkomst. Ouderen omdat hun pensioen niet wordt geïndexeerd en jongeren omdat ze niet meer willen meedoen aan de voorziening.

Vernieuwing van de oudedagsvoorziening vraagt volgens Koolmees ''vooral een goede samenwerking met alle partners''. Daarbij moeten in het zogeheten poldermodel deelbelangen aan de kant worden gezet. ''Het blijven vasthouden aan deelbelangen maakt je blind voor overkoepelende problemen, die voor de buitenwereld allang zichtbaar zijn". Het is zijn streven om iedereen mee te krijgen, het gaat immers om een pot met geld van 1.300 miljard euro. De nieuwe regering wil een individuele opbouw met een collectieve uitkeringsfase.

Daarbij wordt de doorsneesystematiek afgeschaft. Met dit systeem betaalt jong en oud bij hetzelfde pensioenfonds dezelfde pensioenpremie. Dit lijkt eerlijk, maar komt in feite neer op een vermogensherverdeling van jong naar oud. De inleg van jongeren, tot 45 jaar in dit geval, is meer waard dan die van ouderen omdat hun geld langer kan renderen. Tegelijkertijd zijn jongeren er door de vergrijzing minder zeker van dat zij hier ook van kunnen profiteren.

Degenen die het meeste nadeel hebben van het afschaffen van de doorsneepremie zijn de 45-plussers, erkent Koolmees. Zij hebben al heel lang te veel betaald voor de oudere generaties. "Daar zou je met de overstap een evenwichtig pakket voor kunnen maken, maar dat is heel ingewikkeld", aldus de bewindsman.

Opschuiven AOW-leeftijd en pensioenleeftijd

De regering zag het pensioendrama toch ook wel aankomen en heeft de afgelopen jaren niet stil gezeten. Ook hebben veel pensioenfondsen al enkele jaren de pensioenuitkering niet geindexeerd en in sommige gevallen zelfs verlaagd.

Tot en met 2021 is de AOW-leeftijd nu vastgesteld op 67 jaar en 3 maanden. Vanaf 2022 wordt de AOW leeftijd stapsgewijs verhoogd, op basis van de levensverwachting, en deze zal op basis van de huidige berekeningen mogelijk stijgen tot 72 jaar. Dit kan grote gevolgen hebben de pensioenleeftijd en uit te keren pensioenen. Simpel gesteld: mensen (dus de jongere generaties) moeten langer werken, langer pensioenpremie betalen en krijgen t.o.v. de huidige generatie gepensioneerde babyboomers (weer) een kortere periode een pensioenuitkering.

De pensioenleeftijd is de leeftijd dat de mensen mogen stoppen met werken en deze is door de opbouw van het pensioen vaak gekoppeld aan de AOW-leeftijd. De gemiddelde leeftijd waarop mensen met pensioen gingen lag in 2013 nog op 61,7 jaar, maar dat getal was nog gebaseerd op een 65 jarige pensioenleeftijd. Bent u geboren na 1 januari 1948 dan is de AOW-leeftijd, en dus ook uw pensioenleeftijd, gekoppeld aan uw geboortedatum en die is dan hoger dan 65.

De gemiddelde pensioenleeftijd zal naar verwachting de komende jaren verder gaan stijgen. Volgens de meest recente prognose cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) betekent dit:in 2025 een pensioenleeftijd van 68, in 2033 een pensioenleeftijd van 69, in 2041 een pensioenleeftijd van 70 en in 2050 een pensioenleeftijd van 71 (zie pensioenleeftijdberekenen.nl).

Of hiermee het door Martin Pikaart geschetste pensioendrama volledig wordt/is afgewend moeten pensioendeskundigen maar vertellen, de tijd zal het uitwijzen. Maar uit het vorig nieuwsbericht blijkt wel dat dit niet voldoende zal zijn.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen