dinsdag 3 oktober 2017

De managementideeënfabriek ontleed

We worden overspoeld met managementideeën. Van Total Quality Management (TQM) tot zelfsturing, van Balanced Scorecard (BSC) tot Agile en van Customer Relationship Management (CRM) tot Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).


Waar komen al die managementhypes, theorieën en modellen eigenlijk vandaan? Hoe komen ze tot stand en waarom zijn ze zo succesvol? Je leest het in De managementideeënfabriek van Stefan Heusinkveld.

Stefan Heusinkveld werkt als hoofddocent op het gebied van management en organisatie voor de Vrije Universiteit Amsterdam en doet onderzoek naar de aantrekkingskracht van managementgoeroes en hun ideeën. Heusinkveld is gebiologeerd door managementideeën. Want ze komen niet zomaar uit de lucht vallen, zo schrijft hij in de proloog. Denk aan de oeroude SWOT-analyse, BCG-matrix, 7S-model, Lean, Six Sigma, prestatiesturing, competententiemanagement tot en met het nieuwe werken met zelfsturende teams.

Allemaal nieuwe ‘oplossingen’ voor bedrijfsproblemen die door managementgoeroes en consultants met veel enthousiasme worden aangeprezen als de nieuwe haarlemmerolie. Soms met verstrekkende gevolgen voor bedrijven en medewerkers. Denk aan de reorganisaties die onder de noemer ‘Business Process Re-engineering (BPR)’ zijn uitgevoerd en waarbij hele bedrijfsonderdelen werden uitbesteed. Daarna ging de besturing op de schop, want toen was de ‘Balanced Scorecard (BSC)’ ineens dé oplossing. Tegenwoordig worden hele managementlagen weggesneden want zelfsturende teams zijn ‘hot’. Om over de zigzagkoers tussen centralisatie en decentralisatie maar niet te spreken. Heel wat organisaties zijn wereldwijd met wisselend succes met dit soort ideeën aan de slag gegaan. Beroemd én berucht onder managers, consultants en wetenschappers.

De auteur is niet zozeer geïnteresseerd in de werking van de managementideeën zelf. Of ze doen wat ze beloven, of ze wel wetenschappelijk onderbouwd zijn. Hij vindt het een belangrijk punt, maar geeft aan dat dit al eerder, vaker en beter is onderzocht. De auteur heeft het niet zo op collega-auteurs die wanhopig en eendimensionaal bezig zijn om managementideeën te bekritiseren omdat de werking daarvan niet honderd procent wetenschappelijk bewezen zou zijn (aanvulling: dit geldt trouwens ook voor 95 procent van de behandelingen in de geestelijke gezondheidszorg, maar dit terzijde). De interesse van de auteur gaat met zijn boek vooral uit naar de oorsprong en ontwikkeling van dit soort ideeën. Hoe ziet dat er uit? Waar komen ze vandaan en wie is er bij betrokken? Waarom wordt het ene idee wel en succes en het andere niet?

Het boek bevat drie delen. Het eerste deel gaat over de ‘vorm’. Het behandelt de recepten voor succesvolle managementideeën en gaat in op de geheimen van ‘winnaars’ en ‘meesterkoks’. Hierbij spelen wetenschappers, managementgoeroes, -denkers en -doeners verschillende rollen en lezen we wat de succesfactoren van een managementbestseller zijn. Managementideeën moeten er gewoonweg aantrekkelijk uitzien om aan te kunnen slaan onder het managementpubliek.

Deel twee gaat over het productieproces. Waar komen managementideeën vandaan en hoe worden ze omgezet in concrete kennisproducten? Wat zijn belangrijke succesfactoren en hobbels op de weg? Je leest hier onder meer dat veel managementideeën niet zo nieuw zijn als vaak gedacht en door de jaren heen handig verpakt worden in verschillende jasjes. Dat is mogelijk want vergeetachtigheid is één van de kerncompetenties van consultants en managers, zo schrijft de auteur. Het verdienmodel van managementgoeroes is eenvoudig en bestaat uit de verkoop van boeken en het geven van goed betaalde lezingen. Daarom zijn goeroes altijd op zoek naar nieuwe ideeën, die door adviesbureaus gretig worden opgepakt. Ze geven er hun eigen draai aan en brengen het aan de man met junior consultants tegen senior tarieven.

In deel drie beschrijft de auteur de levenscyclus van een managementidee. Hoe lang gaat zo’n idee mee, waarom raakt een managementidee in of uit de mode (meestal omdat de resultaten in de praktijk tegenvallen) en hoe verlengen goeroes en consultants de levensduur van hun managementidee? Klein detail: de auteur refereert in dit deel opvallend genoeg niet aan zijn eerdere boek The Management Idea Factory waarin Heusinkveld de resultaten van zijn wetenschappelijke onderzoek beschrijft naar het ontstaan en de levenscyclus (‘social life’) van managementideeën.

Managementideeën zijn van alle tijden en kunnen op verschillende gebieden hun waarde hebben. Als het meezit, leidt de toepassing daarvan tot betere prestaties. Maar er is volgens de auteur ook nog bijvangst. Uit onderzoek blijkt dat ze vaak zorgen voor houvast met een gemeenschappelijke taal, een betere reputatie onder stakeholders, een positieve invloed op het gevoel van eigenwaarde van de altijd onder vuur liggende manager en ze zorgen ervoor dat het wiel minder vaak opnieuw wordt uitgevonden. CEO’s en directeuren weten het vaak ook niet en kiezen dan graag voor de belofte van zo’n idee.

Een interessant aspect dat de schrijver noemt, is dat managementkennis zodanig omgezet wordt in een concreet managementproduct, dat het breed in de markt toegepast kan worden, al dan niet ondersteund door consultants. Met als gevolg dat iedere organisatie daar zelf verder invulling aangeeft als ze er mee aan de slag gaat. Zo gingen Duitse autobedrijven met Lean volgens ‘The Toyata Way’, op een heel andere manier aan de slag dan hun Japanse concullega’s. Ga je in dit soort situaties de prestaties van managementideeën beoordelen, dan ben je al snel appels met peren aan het vergelijken. Het is daarom ook wat simplistisch om te denken dat door de adoptie van enkel en alleen een managementidee, succes verzekerd is. Alsof de rest er niet meer toe doet.

Het boek sluit af met een epiloog waarin de auteur adviseert om meer kennis te nemen van de fabricage van managementideeën om daarmee ook beter de waarde van dit soort ideeën te kunnen inschatten. Dus iets verder kijken dan je neus lang is als een nieuw managementidee zich aandient.

Het boek leest niet echt spetterend weg en doet soms wat academisch aan. In de proloog geeft de auteur de stelling van het boek als volgt weer. ‘Managementideeën kunnen het best gezien worden als de producten van een ideeënfabriek. Dat zijn organisaties en mensen die enkel en alleen gericht zijn op de productie en vermarkting van managementkennis. Zo wordt duidelijk dat managementideeën geen universele waarheden bevatten, maar ‘slechts’ het product vormen van mensenwerk. Ik wil daarbij zeker niet suggereren dat managementideeën geen of weinig waarde kunnen hebben voor managers. Integendeel. Ze kunnen managers op verschillende manieren houvast geven in hun werk.’

Kortom, managementkennis is gewoon mensenwerk én handelswaar. Dat bedacht, gemaakt, aangeprezen en verkocht moet worden en je hebt er soms ook nog wat aan als je het goed aanpakt. De managementideeënfabriek is een interessant boek voor managers en consultants. Je krijgt er een gratis e-book bij en je weet nu ook waar Abraham de managementmosterd haalt.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek De managementideeënfabriek is te koop op Managementboek.nl.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten