woensdag 6 december 2017

De Startup Methode voor permanente innovatie

Bedrijven moeten sneller, wendbaarder en innovatiever worden om te kunnen overleven. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan zo leert de praktijk, dus hoe pak je dat aan? Eric Ries geeft het antwoord in De Startup Methode: door de organisatie te laten denken en werken als een startup met ondernemerschap op alle lagen in de organisatie als dé succesfactor.


Eric Ries is ondernemer en adviseur in Silicon Valley. Hij is betrokken bij veel startups en adviseert corporate bedrijven en overheden over het vergroten van hun slagkracht en innoverend vermogen. Ries is verbonden aan de Harvard Business School en schreef eerder de wereldwijde bestseller De Lean Startup. In De Startup Methode laat Ries zien hoe je de lean startup-mentaliteit- en –aanpak kunt toepassen in iedere organisatie, ongeacht hoe klein of groot die is en ongeacht in welke sector je actief bent. Door een startup-structuur en –cultuur op te nemen in een bestaande organisatie kun je  sneller, wendbaarder en innovatiever worden.

De Startup Methode telt 367 pagina’s, twee delen en 11 hoofdstukken. Het eerste deel omvat 132 pagina’s en begint zoals vaker bij auteurs van dit kaliber met borstklopperij over de vele duizenden bedrijven men met succes heeft geadviseerd en de miljoenen volgers van hun beweging. De echte start van het boek begint bij de vaststelling van de startup-paradox: ‘waarom proberen startups altijd een groot bedrijf te worden wetende dat grote bedrijven onvermijdelijk rigide en bureaucratisch worden en te maken krijgen met bedrijfspolitiek?’

Wil je ook in de toekomst succesvol zijn, dan moet je volgens de auteur twee zaken kunnen combineren, namelijk (1) de degelijkheid van algemeen management gericht op stabiliteit en beheersing en (2) de creatieve aard van startups voor vernieuwing en innovatie. Zodat je de ‘best of both worlds’ krijgt. Dit inzicht vormt de basis voor de startup-methode die uit vijf belangrijke principes bestaat: (1) voortdurende innovatie, (2) startup als atomaire (ondeelbare) werkeenheid, (3) ondernemerschap als ontbrekende bedrijfsfunctie, (4) de tweede oprichting van het bedrijf en (5) voortdurende transformatie, want de transformatie naar een snelle wendbare organisatie is nooit af.

De auteur laat zien waarom traditionele managementpraktijken niet langer voldoen en waarom integratie van entrepreneurial management juist op dit moment van de geschiedenis zo cruciaal is. Ook lezen we waarom ‘de startup’ de nieuwe atomaire werkeenheid is voor wie zich op hoogst onzeker terrein bevindt en laat hij zien welke voorwaarden nodig zijn om binnen een organisatie een portfolio van startups op te bouwen. Verder komt aan bod hoe je de basis kunt leggen voor de juiste cultuur waarin het draait om verantwoordelijkheid nemen voor innovatieprojecten waarvan de uitkomst niet of nauwelijks te voorspellen is. Het eerste deel van het boek wordt afgesloten met een beschrijving van de kernpunten van de lean startup-methode zoals de bouwen-meten-leren-cyclus en het werken met minimaal levensvatbare producten (minimal viable products) en bijstelpunten (pivots). 

Deel twee van het boek telt bijna 200 pagina’s en beschrijft de routekaart naar transformatie. De oplossing die de auteur daarin schetst komt neer op het creëren van voldoende ruimte in lijn- en staafdelingen voor speciale startupteams. Met een aparte functie in het organisatieschema voor ‘ondernemerschap’ net als voor hrm, marketing, financiën en ict. Deze nieuwe organisatievorm kent een aantal nieuwe fundamentele bouwstenen zoals een groeibestuur (startupbestuur met mandaat, budget en korte lijnen), cross-functioneel teamwork (alles draait om het team), sterke invulling van de ondernemersfunctie en interne communicatie (aanjagen van cultuurverandering), een lange termijn missie en visie (niet afrekenen op kortetermijnwinst), professionele ontwikkeling en coaching van managers en medewerkers (in ondernemen en innoveren), gedoseerde financiering (in plaats van gangbare budgettering), innovatie-accounting (in plaats van de traditionele businesscase), de lean startup-werkwijze (voor bouwen-experimenteren-leren) en sturing op leidende indicatoren gericht op leren en verbeteren.

De voordelen van de transformatie naar zo’n nieuwe organisatievorm zijn volgens de auteur legio zoals het sneller en flexibeler kunnen aanpakken van uitdagingen en problemen. Het transformatieproces verloopt grofweg in drie fasen. In fase één draait het om het realiseren van kritieke massa om op de nieuwe manier, met een eerste startupteam te kunnen beginnen. Als die fase positief verloopt gaat het in de tweede fase om opschaling van het gedachtegoed, de cultuur en het aantal startupteams. De derde en laatste fase richt zich op de aanpassing van dieperliggende systemen en de, zoals de auteur het noemt, tweede oprichting van het bedrijf. Dat is het moment waarop het getransformeerde bedrijf volwassen wordt en de nieuwe managementcultuur aanneemt. Deze laatste fase richt zich op het creëren van functies die in staat zijn tot doorlopende innovatie. Met als uiteindelijke doel om de organisatie in staat te stellen om te functioneren als een portfolio vol startups. Over hoe je deze laatste fase van de transformatie kan aanpakken bevat het boek verschillende verhalen uit de praktijk, want zo zegt de auteur: “Juist omdat deze transformaties zo groot, zo diepgaand en zo verschillend zijn, is het moeilijk er systematisch over te praten.” 

Deel twee wordt afgesloten met twee hoofdstukken en een epiloog waarin de auteur ingaat op zijn allesomvattende theorie van ondernemerschap en zijn pleidooien voor een overheidsbeleid dat ondernemersvriendelijk is en een nieuwe maatschappelijke beweging. De auteur zegt daarover: ”De belangrijkste toepassing van de startup-methode is niet betere en meer winstgevende bedrijven te creëren, maar als systeem te dienen voor het opbouwen van een open en innovatieve samenleving.” Alles bij elkaar vormt dit boek een stappenplan in hoofdlijnen met veel praktijkgerichte voorbeelden, adviezen, technieken en tips. Zo komen de transformaties van General Electric (GE) en Amerikaanse federale overheid uitgebreid aan bod naast tal van voorbeelden van andere bedrijven zoals Toyota, Facebook, Google, IBM, Cisco, Airbnb en Intuit.

Het zal duidelijk zijn dat de startup-methode niet zo snel en gemakkelijk is als de naam doet vermoeden. Het boek maakt duidelijk dat je met deze methode te maken krijgt met een enorme veranderopdracht, inclusief de gebruikelijke veranderobstakels. Dit is ook de reden dat andere auteurs en experts zoals Clayton M. Christensen (van Het Innovatiedilemma) er voor pleiten om voor startup-activiteiten juist een aparte passende organisatie op te zetten. Los van de bestaande starre organisatie. Want gevestigde bedrijven zullen er snel achter komen dat ze qua mensen, processen en waarden meestal niet de capaciteiten hebben voor het succesvol ontwikkelen en vermarkten van nieuwe, ontwrichtende innovaties. De kans dat kleine passende organisaties met een duidelijke innovatiefocus dat wel hebben, is vele malen groter, aldus deze bekende managementdenker. (Dit laatste belet hem er niet van om een aanbeveling te doen op de achterflap van De Startup Methode, maar dat terzijde.) Het aantal organisaties dat de startup-methode met succes heeft toegepast is nog gering en wetenschappelijk bewijs dat dit het juiste medicijn is ontbreekt. Hoewel we ons hierbij wel moeten bedenken dat de startup-methode niet zozeer een handboek soldaat is, maar veel meer een verzameling opvattingen, inzichten, ervaringen en adviezen. De tijd zal uitwijzen of de startup-methode de ultieme m anier is om organisaties sneller, wendbaarder en innovatiever te maken.

De Startup Methode is een doorwrocht boek en mede daardoor minder inspirerend en vlot leesbaar dan je misschien zou verwachten. Neemt niet weg dat De Startup Methode een interessant en nuttig boek kan zijn voor iedereen die zijn of haar organisatie meer slagkracht wil geven. Als je echt met dit onderwerp aan de slag wilt, dan helpt het om verder te kijken dan de vele startup-inspiratieboekjes die te koop zijn en die je in smeuïge verhalen wel vertellen waar je zoal aan moet denken, maar niet ingaan op hoe je dat in het echte leven nu precies aanpakt.

Jeff Immelt, de CEO van GE, weet wel waarom je met de startup-methode aan de slag moet, want zo vertelt hij in het boek: “Niemand wil bij een ouderwets bedrijf werken. Niemand wil producten kopen van een ouderwets bedrijf. En niemand wil investeren in een ouderwets bedrijf.” Of zoals Eris Ries constateert: “Een modern bedrijf laat concurrenten achter zich door middel van voortdurende innovatie.” Je weet wat je te doen staat en ga daarbij te werk als een startup: denk groot, begin klein en schaal snel! 



Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek de Startup Methode is te koop op Managementboek.nl.

PS: Zo kun je snel en wendbaar ondernemen

Over snel en wendbaar ondernemen lees je meer in mijn boek Wendbare strategie op één A4. Met het wendbaarheidscanvas met 11 bouwstenen en 43 wendbaarheidsknoppen om aan te draaien. Met het canvas krijg je snel inzicht in welke factoren van belang zijn en hoe je als organisatie met een wendbare strategie het verschil kan maken.

Eerder schreef ik ook het boek Hoe agile is jouw strategie? – Zo kun je snel en wendbaar ondernemen. Als beste Nederlandse marketingboek over agile ondernemen genomineerd voor de PIM Marketing Literatuurprijs 2016.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten