zaterdag 17 oktober 2020

Economische groei is fantoomgroei

Hoe kan het dat de economie blijft groeien en bedrijven steeds meer winst maken en dat werknemers dat al jaren niet merken in hun loonzakje? In Fantoomgroei lezen we waarom we steeds harder werken voor steeds minder geld. En dat de hang naar groei geen noodzaak is, maar het resultaat van een verhaal dat we zijn gaan geloven. Een fantoom.    

De rijken rijker en de armen armer

De wake-up call kwam in 2018. Toen Sander Heijne (onderzoeksjournalist en historicus) en Hendrik Noten (bestuurskundige) het rapport van RaboResearch lazen. Daaruit blijkt dat de Nederlandse economie sinds de jaren ‘80 met tientallen procenten is gegroeid en de reële gezinsinkomens vrijwel niet. Rara, hoe kan dat? 

Hoe kan het dat de economische groei maar doorgaat, dat bedrijven steeds meer winst maken, dat aandeelhouders steeds rijker worden, maar dat werknemers die daar met bloed, zweet en tranen voor zorgen, daar nauwelijks iets van merken? Sterker nog, die gaan er verhoudingsgewijs al decennialang op achteruit. 

Reis door de tijd

De twee auteurs besloten op onderzoek uit te gaan. Het resultaat legden ze vast in hun boek Fantoomgroei. Een boeiende zoektocht en reis door de tijd met een doorkijkje naar de toekomst. Want het roer moet om. We moeten op zoek naar een nieuw verhaal voor de economie. Want een economie die alleen maar draait om meer produceren, dus meer consumeren, is eindig. Dat geldt ook voor een economie waarin de winsten en lusten ten goede komen aan een kleine groep rijkaards en de verliezen en lasten worden afgewenteld op de maatschappij met een steeds armer wordende werkende massa. 

Voor het zover is nemen de auteurs ons mee op een boeiende reis door de tijd. Waar komt het begrip economie vandaan? Wat was ooit het doel daarvan en waarom gaat het al jaren niet meer over welvaart, welzijn en eerlijk delen, maar over productiviteit, winstcijfers, beurskoersen en het bruto binnenlands product (bbp)? Waar hebben we de verkeerde afslag genomen?

De opkomst van vrije marktdenkers

De auteurs schetsen met vlotte pen de politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen die daartoe hebben geleid. Van de sociale Franklin D. Roosevelt met zijn naoorlogse New Deal tot de kapitalistische ommezwaai onder Reagan en Thatcher in de jaren tachtig. 

We lezen over de opkomst van vrije marktdenkers, de toenemende invloed van het bedrijfsleven op de politiek, de veranderende rol van bedrijven (van zorgen voor de samenleving naar zorgen voor aandeelhouders), de drang naar winstoptimalisatie op kortetermijnwinst en de afnemende macht van vakbonden door versnippering van het bedrijvenlandschap. 

Nederlandse politiek deed gretig mee

Ook lezen we over de Nederlandse politiek die hier jarenlang aan heeft bijgedragen, bijvoorbeeld via het beroemde Akkoord van Wassenaar in 1982 waarin besloten werd tot (jarenlange) collectieve loonmatiging. In vogelvlucht schetsen de auteurs wat achtereenvolgens de rol is geweest van de verschillende kabinetten in al die jaren. Van Den Uyl en Van Agt in de jaren zeventig, Lubbers in de jaren tachtig tot Kok in de jaren negentig en Rutte de laatste tien jaar. Steeds vaker trokken werknemers aan het kortste eind ten gunste van het bedrijfsleven en de financiële markten. 

Ook nemen de auteurs ons mee in het gedachtengoed van bekende economen als Adam Smith, Kuznets, Keynes, Hayek en Friedman en de invloed van hun denken op de maatschappij en politiek. Interessant is te zien hoe de definitie of het verhaal van ‘economie’ in de loop der tijd is veranderd. Van huishoudkunst, naar zorgen voor goede leefomstandigheden, naar inzetten van schaarse middelen, naar produceren en consumeren.

Economie moet mensenproblemen oplossen

Op basis van alles wat ze gelezen en gehoord hebben geven de auteurs ook hun definitie van economie. Die luidt simpelweg ‘het vermogen van een groep mensen om een probleem op te lossen.’ 

Daarmee slaan de auteurs een brug naar de toekomst, want welke problemen willen en moeten we met onze economie oplossen? Denk aan de grote uitdagingen op het gebied van klimaat, migratie, werkgelegenheid, toenemende ongelijkheid, etcetera. 

De auteurs geven hiervoor een aantal voorzetten zoals het meten van vooruitgang (welvaart en welzijn) in plaats van groei (bbp) en de omslag naar een soort ‘doughnut economics’ waarover economen als Kate Raworth en Mariana Mazzucato schrijven. Burgers kunnen zelf in actie komen door lokale coöperaties te beginnen, de ‘commons’, waarvan een aantal inspirerende voorbeelden de revue passeren. 

Ook de OECD, het samenwerkingsverband van rijke landen, begint van zijn blinde geloof in economische groei af te vallen. Volgens de OECD moeten overheden gaan nadenken over wanneer je als land nu echt succesvol bent, zowel economisch als sociaal.  

Eerlijke verdeling van welvaart

Fantoomgroei is een interessant boek dat lekker wegleest. De strijd gaat volgens de auteurs om een eerlijkere verdeling van de welvaart en een duurzame samenleving, twee zijdes van dezelfde medaille. 

Dat het mogelijk is om het roer om te gooien blijkt uit het voorbeeld van Nieuw Zeeland. Al in 2019 gaf de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern aan afscheid te willen nemen van het bbp als zaligmakende maatstaf. Ze kiest liever voor een index die het geluk van haar burgers meet. Haar verklaring klinkt even simpel als logisch, zo schrijven de auteurs: ‘Economische groei die vergezeld gaat met sociale achteruitgang is geen succes’. Klinkt logisch toch? 

Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek Fantoomgroei is te koop op Managementboek.nl

PS: Lees bijvoorbeeld ook (de recensie van) het boek De onzichtbare hand van de markt en het boek Legaal maar fataal.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten