maandag 14 augustus 2017

Slimme en groene economie heeft de toekomst

De klimaatverandering zet zich onverminderd door. De temperatuurstijging in de wereld kan het beste worden afgeremd door sneller gebruik te maken van duurzame energie. Daarvoor is een nieuwe economie nodig gebaseerd op slim en groen. In het gelijknamige boek lees je hoe zo’n Economie 4.0 er uitziet.


De toekomst is Slim en Groen

De auteurs Willem Vermeend en Ruud Koornstra schetsen in hun boek Slim en Groen de contouren van een 4.0-wereld. Waarin Nederland unaniem kiest voor slim en groen. Met digitalisering, maximale inzet van slimme technologieën en vergroening van de economie. Vermeend is o.a. oud-staatssecretaris, internetondernemer, schrijver en bijzonder hoogleraar 4.0 aan de Open Universiteit. Koornstra is o.a. groen-ondernemer en benoemd tot de Nationale Energiecommissaris.

Economie 4.0

Volgens de auteurs is de toekomst van de economie slim en groen. Want de opwarming van onze aardbol kunnen we niet tegengaan met extra belastingen. De aanduiding 4.0 staat voor de vierde revolutionaire ontwikkeling in de geschiedenis van de wereldeconomie. Het begon in 1750 met stoommachines (1.0). Daarna volgden in de tweede helft van de negentiende eeuw de verbrandingsmotor, elektriciteit en staalindustrie (2.0). Vanaf 1950 hebben we te maken met het computer- en informatietijdperk (3.0). De vierde revolutie wordt veroorzaakt door de onstuitbare opmars van digitalisering, het toenemend gebruik van slimme technologieën en vergroening van de energie door steeds goedkoper wordende investeringen in zon, wind en waterstof. Dit gaat ten koste van fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas die nu nog zorgen voor 80 procent van het wereldwijde energieverbruik. De rest is duurzame energie met slechts 1 procent voor wind- en zonne-energie. De kosten daarvan zijn de afgelopen met tientallen procenten gedaald waardoor dat aandeel de komende jaren zeker zal stijgen.

Zes hoofdstukken

De contouren van de nieuwe Economie 4.0 worden geschetst in zes hoofdstukken. Als eerste schetsen de auteurs de goede startpositie van Nederland voor deze ingrijpende overgang. Nederland is een van de best presterende landen en leeft van de export. Nederland moet de globalisering omarmen (protectionisme is de dood in de pot) en de kansen pakken die de energietransitie biedt.

In het tweede hoofdstuk schetsen de auteurs de revolutionaire veranderingen die supersnel gaan. De auteurs spreken over de ‘smart economy’ met nieuwe technologieën als kunstmatige intelligentie, bio- en nanotechnologie, internet of things, robotica, fotonica, kwantumcomputers, big data, blockchain, algoritmen, virtual reality en 3D-printen. Deze revolutie is hard nodig want volgens het Parijs-akkoord moet de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius blijven. Daarvoor moet de wereldwijde CO2-uitstoot in 2050 (over 33 jaar!) rond nul liggen, dus haast is geboden voor de BV Nederland. De investeringen om dit te bereiken worden wereldwijd geraamd op 13 biljoen dollar. In Nederland gaat het om ongeveer 200 miljard euro. Tegenover deze ‘kostenpost’ staan aanzienlijke voordelen zoals een gezonde leefomgeving en kansen op economische groei, extra omzet voor het bedrijfsleven en nieuwe banen. Hoewel ook veel banen weggeautomatiseerd zullen worden.

In het derde hoofdstuk schetsen de auteurs de contouren van de Economie 4.0. Met oog voor economische hervormingen, belastingherziening (vereenvoudiging, verlaging winstbelasting, zin en onzin van CO2-belasting, groen-tax en subsidies) en het belang van een sterke EU. Want zo schrijven de auteurs: individueel gezien stellen de Europese landen niets voor op het internationale toneel met (opkomende) grootmachten als VS, China en India. Alleen als de EU-landen gezamenlijk optreden kunnen ze een machtsfactor van betekenis zijn. Het vierde hoofdstuk gaat uitgebreid in op het klimaatverdrag van Parijs en wat dat betekent als veranderopgave voor de wereld en voor Nederland in het bijzonder.

De auteurs zien in de praktijk steeds meer dat het bedrijfsleven de kar trekt en niet kan en wil wachten op twijfelende overheden en politici die nog weinig vanuit een langetermijnvisie werken. Die langetermijnvisie is nodig want de overgang naar een duurzame wereld heeft ook geopolitieke consequenties. Veel landen verdienen hun geld namelijk met de verkoop van kolen, olie en gas en wat gaat daarvoor in de plaats komen? Een van de oplossingen die zich in hoofdstuk vijf aandient is schone waterstof, naast andere doorbraaktechnologieën op het gebied van zonne- en fusie-energie, allemaal hard nodig om de energietransitie te kunnen versnellen. Experts verschillen van mening of deze nieuwe energievormen tijdig en voldoende genoeg soelaas bieden, maar dat komt in het boek niet verder aan de orde.

In het zesde en laatste hoofdstuk passeren diverse ontwikkelingen en initiatieven de revue die in Nederland plaatsvinden, zoals Nederland positioneren als internationaal centrum voor Smart Climate Opportunities (SCO). Verrassend om te lezen hoeveel er in Nederland gebeurt op dit gebied. Het barst van intenties, beleid, plannen en ideeën, de praktische uitvoering met impact blijft nog achter. De auteurs schetsen de benodigde randvoorwaarden variërend van een sterke en internationaal aantrekkelijke economie, lagere belastingdruk voor burgers en bedrijven, goed werkende arbeidsmarkt, goed niveau onderwijs, tot goede stelsels voor zorg, sociale zekerheid en pensioenen. Als Nederland het goed aanpakt kan dat volgens de auteurs leiden tot economische groei door hogere arbeidsproductiviteit, meer innovatie, sterke internationale concurrentiepositie en gezondere leefomgeving.

Het boek sluit af met twee korte bijlagen met o.a. de voorstellen in Nederland om de doelstellingen van Parijs te kunnen realiseren, bijvoorbeeld via de energieagenda van kabinet Rutte II.

Interessant, compact en goed leesbaar boek

Slim en Groen is een interessant, compact en goed leesbaar boek van 160 pagina’s. De auteurs noemen het zelf een ‘boekje’ maar daarmee doen ze zichzelf tekort. Het boek geeft een goed beeld van de noodzaak van een slimme en groene economie. De belangrijkste ontwikkelingen, initiatieven en belangenpartijen passeren de revue. Het boek geeft goed weer wat de energietransitie betekent voor Nederland, de economie en hoe groot de veranderopgave is. De economie, maatschappij en energie-infrastructuur gaan op de schop. Denk niet alleen aan de Shell’s en Eneco’s van deze wereld, maar bijvoorbeeld ook aan burgers, buurten en bedrijven die duurzame energie zelf opwekken en het wagenpark dat over twintig jaar grotendeels elektrisch is.

Energietransitie een hele klus

Al lezende bekruipt je het gevoel dat de energietransitie enorm is en niet snel genoeg plaatsvindt. Met alle toekomstige klimaatproblemen van dien. Want zo lezen we in het boek: om de doelstelling van 2 graden Celsius te kunnen realiseren moet de uitstoot van schadelijke broeikasgassen in 2050 met 96 procent en in 2030 met 40 procent verminderd zijn. Op basis van het voorgenomen Nederlandse beleid komen we in Nederland waarschijnlijk uit op een reductie van slechts 12 procent. Lang niet voldoende, de ambities in Nederland liggen veel te laag, zo concluderen de auteurs. Nederland moet de komende jaren veel meer investeren in onderzoek en innovatie in ‘slim en groen’.

Kan het sneller?

Gelukkig staat er in het boek ook een ingezonden brief van auteur Ruud Koornstra aan medeauteur Willem Vermeend, waarin hij schrijft dat het veel sneller kan en moet als we maar doorpakken. Vandaar zijn streven als Nationale Energiecommissaris naar een nagenoeg schone nationale energiehuishouding in 2030. Want zo schrijft hij: ‘We zijn in de jaren zestig in acht jaar van 100% kolen naar 100% gas gegaan. Met pijpleidingen naar élk huis. 100% paard en wagen naar 100% auto duurde slechts twaalf jaar’.

Waar een wil is, is een weg? De auteurs zien klimaatverandering niet zozeer als een bedreiging, maar vooral als een kans voor Nederland op nieuwe welvaart. De tijd zal leren of we die kans weten te benutten.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek Slim en Groen is te koop op Managementboek.nl.

PS:

Slim en Groen in de praktijk deel 1: de Toyota Mira

De slimme en groene economie is misschien al dichterbij dan we denken.

Op de website van Toyota-dealer Van Gent staat een handige artikel over het ABC van waterstof-auto's. Met daarin informatie over de nieuwe waterstofauto van Toyota die al sinds 2014 te koop is.

De Mirai, zo heet de waterstofauto van Toyota. Mirai betekent ‘toekomst’ in het Japans. Omdat waterstofauto’s geen uitstoot hebben met rijden gelooft Toyota dat dit een veelbelovende techniek is voor de toekomst, en niet alleen die van auto’s.

Om de techniek mainstream te krijgen (net als Toyota Hybride auto’s), moeten ze betaalbaar worden. De kosten van de brandstofcel zijn 95% gedaald ten opzichte van de voorganger van de Mirai de FCHV uit 2008. De gebruikte componenten zijn lichter, efficiënter, kleiner en goedkoper te produceren. Veel componenten uit de aandrijving worden ook gebruikt in huidige hybride modellen, zoals de elektromotor. Dit zorgt voor kostenbesparing en vergroot de betrouwbaarheid verder.

We zitten in de beginfase van de ontwikkeling van een waterstofnetwerk in Europa. Hier praten we over produceren, transporteren en verkopen. Maar het netwerk groeit met de dag. In 2015 bij de lancering van de Mirai waren er 40 tankstations in Europa. In 2020 zijn dit er al 200 en in 2025 1000.

Waterstof kan uit heel veel bronnen worden gewonnen. In Europa wordt momenteel de meeste waterstof gewonnen uit stoom-methaan (waterstofproductie vanuit aard en biogassen) of uit elektrolyse (waterstof productie vanuit water). Hiervoor worden duurzame bronnen als zon, wind of waterkracht gebruikt. Een waterstofauto heeft geen schadelijke uitstoot. Alleen waterdamp komt er uit de uitlaat en dit is schoon (drinkbaar) water.

(De ANWB wegenwacht testte in 2014 en 2016 al eens een eerste model auto op waterstof.)

Slim en Groen in de praktijk deel 2: Shell en Nederlandse verzekeraars

Volgens de Eerlijke Verzekeringswijzer van 16 augustus 2017 beleggen 7 van de 8 grootste Nederlandse verzekeraars in Shell. Samen zijn ze goed voor een bedrag van $870 miljoen. Alleen ASR steekt geen geld in de energiemaatschappij.  De Eerlijke Verzekeringswijzer is een initiatief van Oxfam Novib, Amnesty International, Milieudefensie, FNV, Dierenbescherming en PAX.

Van de 7 grote Nederlandse verzekeraars die in Shell beleggen, steunden op de laatste aandeelhoudersvergadering alleen Vivat en een onderdeel van Achmea, Investment Management, de klimaatresolutie. Die resolutie spoort Shell aan om de afspraken in het VN Klimaatverdrag van Parijs te vertalen in reductiedoelstellingen voor broeikasgassen. De andere verzekeraars zoals Aegon, Allianz, APG (Loyalis), Generali en NN Group steunden deze resolutie niet. Ook Achmea Own Risk stemde juist tegen de resolutie.

De onderzoekers daarover: “Shell én de verzekeraars hebben de mond vol over het klimaat en zeggen het Klimaatverdrag te willen steunen. Maar zodra het concreet wordt haken ze af. Shell is één van de grootste oliemaatschappijen ter wereld en levert een grote bijdrage aan klimaatverandering. Verzekeraars die beleggen in Shell zijn daarmee mede-eigenaar van Shell. Het is onbegrijpelijk dat slechts een minderheid van de verzekeraars steun geeft aan de resolutie aan Shell om bij te dragen aan het realiseren van de doelstellingen van het klimaatverdrag.”

Als we de reacties in de media van de verzekeraars mogen geloven dan vindt men dat de resolutie te ver gaat en dat het niet in het belang is van de aandeelhouders. Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten