woensdag 11 oktober 2017

Waarom zorginnovatie opschaling stagneert

Er wordt wat geïnnoveerd in de zorg. Probleem is echter dat veel innovaties blijven steken in kleine pilotprojecten, innovatielab-settings of kleinschalig gebruik. Een snelle opschaling en grootschalige uitrol van bewezen innovaties lukt eigenlijk maar zelden. Hoe komt dat? 


Wat zijn de innovatie belemmeringen?

Om dat uit te zoeken gaf VWS in 2017 opdracht voor het uitvoeren van een zogeheten 'Interdepartementale beleidsonderzoek (IBO)'. Centrale vraag van het onderzoek is: wat is het meest effectieve overheidsbeleid om de totstandkoming van doelmatige innovaties in de zorg en de implementatie daarvan te bevorderen?

Om een goed beeld te krijgen van innovatie in de zorg in de praktijk heeft de IBO-werkgroep het nodige onderzoek gedaan. Zo zijn gesprekken gevoerd met deskundigen en professionals uit de zorgsector, zijn expertbijeenkomsten gehouden, is literatuuronderzoek gedaan door de aan de Radboud universiteit verbonden Celsus academie voor betaalbare zorg en is door prof. dr. Iske (Maastricht University) een survey uitgevoerd onder een groot aantal stakeholders binnen de zorgsector. Enkele opvallende bevindingen uit dit onderzoek.

Weinig best practices voor grootschalig implementeren

Uit het literatuuronderzoek kwamen maar weinig internationale best practices naar voren in het opschalen (grootschalig implementeren) van zorginnovaties. Het lijkt er dus op dat iedereen met dit probleem worstelt.

Innovatie maakt de zorg niet goedkoper

Innovaties die leiden tot kostenverlaging zijn in de literatuur ver in de minderheid. Dat komt volgens de onderzoekers omdat de meeste innovaties gaan over technische en zorginhoudelijke innovatie en niet over proces- en systeeminnovatie en daar is de meeste winst te behalen.

Ook interessant om te weten: data uit de VS laat zien dat naar schatting 25% tot 75% van de groei in zorgkosten veroorzaakt wordt door innovatie. Naar verwachting gaat het dan vooral om technische en zorginhoudelijke innovatie. Tegelijk zorgen de innovaties er ook voor dat we in staat zijn om meer mensen op betere wijze te behandelen zodat we een gezondere bevolking krijgen.

Studies die kijken naar kostengroei bij bepaalde aandoeningen geven inzicht in welke innovaties de kostenstijging binnen die aandoening zoal veroorzaken: bijvoorbeeld dure geneesmiddelen bij kanker. Deze innovaties zorgen veelal voor hogere kosten per patiënt. Maar ook innovaties die per stuk goedkoper zijn leiden vaak tot hogere totale zorgkosten. Dit komt doordat betere en/of goedkopere zorg vaak leidt tot een stijging in het aantal behandelde patiënten (indicatieverruiming), zoals door de komst van het dotteren en stenten bij patiënten met hart- en vaatziekten.

Dit wordt ook wel de 'innovatieparadox' genoemd. Door nieuwe geneesmiddelen en medische technologie worden meer mensen behandeld en leven we langer, maar die verschillende soorten innovatie spelen ook in Nederland een grote rol bij de stijgende zorgkosten.

Opschaling stokt op mesoniveau (zorgorganisatie)

Als het om grootschalige innovatie gaat, bestaat er in de zorg een sterke wisselwerking tussen drie niveaus. Het overheidshandelen ten aanzien van (het opschalen van) innovaties heeft daarbij vooral betrekking op het macroniveau (populatieniveau) en microniveau (individueel niveau). De overheid heeft minder invloed op het niveau waarop het moet gebeuren: mesoniveau, ofwel het instellings- en uitvoerdersniveau.

Het algemene beeld van de IBO-werkgroep is dat diverse belemmeringen samenhangen met de inrichting van het zorgstelsel en het daardoor niet optimaal functioneren van het zorgstelsel in de praktijk. Denk bijvoorbeeld aan de bestaande schotten in de financiering tussen de eerste en tweede lijn. Deze schotten hinderen de substitutie, waardoor de zorg niet altijd op de meest doelmatige plaats wordt verstrekt. Er zijn onvolkomenheden in de zorgmarkt, in het handelen van de overheid en het geven van institutionele prikkels (zoals subsidies), zorglandschap, kennis en kunde en overige voorwaarden.

Volgens de onderzoekers kunnen en worden er op mesoniveau (het niveau van de zorgaanbieders en -uitvoerders) niet altijd de juiste afwegingen gemaakt en stappen gezet om tot opschaling van doelmatige innovaties te komen. De rolverdeling en regelgeving maken het op mesoniveau niet vanzelfsprekend dat het algemeen belang (populatieniveau) leidend is. Er is sprake van een groot aantal betrokken partijen met uiteenlopende en soms ook strijdige belangen. Innovatie in de zorg dient dan ook vanuit een multidimensionaal perspectief te worden bezien. Voor het succesvol opschalen van doelmatige innovatie liggen de belangrijkste uitdagingen en opgaven op het mesoniveau, oftewel op het niveau van de individuele zorgorganisatie. Lees ook mijn LinkedIn-artikel over Waarom e-health in de zorg stagneert.


Focus moet meer liggen op proces- en systeeminnovatie

In de Nederlandse zorgsector vindt relatief veel productinnovatie plaats. Nederland is voor wat betreft medisch-technische ontwikkelingen een koploper in de wereld. Uit het onderzoek van de IBO-werkgroep blijkt dat het vervolgens opschalen van zorginnovatie niet optimaal verloopt. Partijen ervaren belemmeringen die het opschalen van doelmatige innovaties hinderen dan wel vertragen. Ook is sprake van kansen die niet of nog beperkt worden benut.

Voor proces- en systeeminnovatie is vooral samenwerking nodig. Maar uit het onderzoek komt naar voren dat er sprake is bij alle stakeholders en met name de zorgorganisaties, van een gebrek aan grensoverschrijdend kunnen en willen kijken. Daarnaast wordt een tegenstelling tussen eigen en algemeen belang gesignaleerd en lijkt er sprake te zijn van angst om fouten te maken en wordt aangegeven dat er in de sector sprake is van het ‘not invented here’-syndroom.

Volgens de onderzoekers gaan de meeste innovaties over technische en zorginhoudelijke innovatie en niet over proces- en systeeminnovatie terwijl juist daar de meeste winst te behalen valt. Bij procesinnovatie draait het om organisatie van zorg, en structureren zorgorganisaties hun processen zo dat ze betere en/of efficiëntere zorg kunnen leveren. Systeeminnovatie draait om het beleid en zorgstelsel waar de overheid verantwoordelijk voor is. Deze twee vormen van innovatie, procesinnovatie en systeeminnovatie, leveren in de praktijk de meeste problemen op. Vaak komen ook gevestigde belangen in het geding, en vraagt proces- en systeeminnovatie om nieuwe samenwerkingsvormen op wijk en regio niveau met bijvoorbeeld gemeenten.

Het IBO-rapport beschrijft dat grootschalige introductie van digitaal ondersteunde procesinnovatie in de zorg betekent dat werkprocessen, bestaande verhoudingen en beroepsprofielen veranderen of zelfs verdwijnen. Men schrijft: “Zo’n omslag vraagt het nodige van de mensen die in de zorg werken en betekent ook voor burgers en patiënten fikse veranderingen. Dat brengt onzekerheden met zich mee op financieel, bedrijfseconomisch, organisatorisch en zorginhoudelijk terrein....Deze transitie doet een aanzienlijk beroep op de wil en het vermogen tot verandering van alle betrokkenen. De condities waaronder deze inzet wordt gevraagd zijn niet altijd optimaal.”

Drie oplossingsvarianten

Het bovenstaande resulteert volgens de onderzoekers in drie beleidsvarianten voor de overheidsrol ten aanzien van het opschalen van innovaties. Deze varianten sluiten elkaar niet uit:

1. De faciliterende overheid, waarbij de maatregelen voortbouwen op het vigerende beleid. De variant faciliterende overheid is een mix van versterking van het huidige beleid en no regret maatregelen. Dit zijn maatregelen die zonder veel aanvullende inspanningen kunnen worden genomen en doorgaans aansluiten op het vigerend beleid en de werking van het zorgstel in de praktijk
verbeteren.

2. De stimulerende overheid, waarbij de Rijksoverheid een actieve stimulerende rol aanneemt opdat partijen in de zorg zelf de opschaling actiever ter hand nemen. Onder stimulerende bouwstenen worden maatregelen verstaan die ten opzichte van het huidige beleid een extra inspanning vereisen in bijvoorbeeld het wegnemen van belemmeringen voor opschaling en het waar mogelijk innovatie stimuleren.

3. De interveniërende overheid, waarbij de overheid de innovatiekracht in de zorg versterkt door zelf het initiatief te nemen. In deze variant kiest de overheid er nadrukkelijk voor om het opschalen van innovatie een leidend element te laten zijn bij systeemkeuzes. Deels door de dynamiek in het zorgstelsel ingrijpend te versterken. Deels door gerichte ingrepen die de keuzevrijheid op mesoniveau
juist verminderen.

Onvoldoende leiderschap

Succesvolle opschaling van innovaties is vaak afhankelijk van waardegedreven leiderschap dat partijen bijeen kan brengen en een beroep kan doen op hun bijdrage aan het algemeen belang. In algemene termen kan namelijk worden gesteld dat leiderschap een belangrijke factor vormt bij het succesvol opschalen van innovaties en dat waar leiderschap wordt getoond adoptie van innovaties sneller en beter plaatsvindt. Leiderschap heeft een persoonsgebonden karakter.

Er zijn echter signalen dat dergelijk leiderschap onvoldoende in de zorg aanwezig is. Dit kan er voor zorgen dat adoptie van doelmatige innovaties minder dan maatschappelijk gewenst tot stand komt. Bij het verder verbeteren van de governance in de zorg dient ook hieraan aandacht te worden besteed. Lees ook mijn LinkedIn-artikel over Waarom e-health in de zorg stagneert.

Al met al een ietwat wollig en ambtelijk geformuleerd rapport. Rest de conclusie dat innoveren in de zorg een weerbarstig onderwerp blijft waarbij veel facetten een rol spelen. Het hapert op mesoniveaus waar zorgorganisaties en -uitvoerders, vooral op het gebied van proces- en systeeminnovatie, om allerlei redenen de handschoen niet oppakken.

Bron: Rapport 'IBO Innovatie in de zorg' in opdracht van VWS, 2017. Artikel 'Rapport: opschaling innovaties komt onvoldoende tot stand' op Smarthealth.nl, 2017.

De publicatie 'Innovatie in de zorg' is een zogeheten interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO), een analyse van de sterke en zwakke elementen van beleid en opties voor mogelijke aanpassingen. Zo’n IBO vindt in opdracht van het kabinet plaats en wordt uitgevoerd door een werkgroep bestaande uit ambtenaren van verschillende departementen, waaronder Volksgezondheid en Economische Zaken. eHealth is een onderdeel van het rapport, maar dat is niet het enige thema. Ook onderwerpen als doelmatigheid van zorg, transparantie van uitkomsten, en patiënten betrekken bij beleid zijn actuele onderwerpen.

Nog enkele interessante berichten:

PS-1: Diverse obstakels voor e-mental health in GGZ
Dat constateert Jeroen de Sitter die in 2017 voor organisatieadviesbureau P5COM onderzoek deed naar succes- en faalfactoren bij implementatie van e-mental health in de ggz. Deze implementatie blijkt vooralsnog weerbarstig. Zestig tot zeventig procent van alle e-health-trajecten falen. Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen, zo komt uit De Sitters inventarisatie naar voren.
Zo geven bestuur en management niet altijd prioriteit aan de implementatie van e-health. Ook is er vaak geen heldere visie. Dan zijn er nog technische hindernissen, zoals de beperkte integratie van digitale systemen. Daarnaast wordt een gemiddeld hoge leeftijd van therapeuten aangewezen als hinderpaal voor de acceptatie van e-health. Bovendien koesteren professionals niet zelden argwaan over de motieven van bestuur en management. Zo kan er het gevoel bestaan dat goedkoop contact op afstand duur face to face-contact moet vervangen. Dit alles voedt een vicieuze cirkel van negatieve feedback.

PS-2: E-health-toepassing bij chronische darmziekten succesvol
De e-health-toepassing MijnIBDcoach zorgt voor een halvering van het aantal ziekenhuisopnamen, minder polibezoeken en een betere therapietrouw voor patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening, zoals de ziekte van Crohn. Dit is gebleken uit onderzoek onder bijna duizend patiënten in verschillende Nederlandse ziekenhuizen, onder leiding van het Maastricht UMC+.
De resultaten van het onderzoek zijn onlangs gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. MijnIBDcoach voorziet in de begeleiding van patiënten met een chronische darmaandoening. De patiënt leert op een interactieve manier over zijn ziekte en wordt in de gelegenheid gesteld om eenvoudig te communiceren met zijn behandelaar, terwijl die behandelaar (arts of verpleegkundige) de patiënt op afstand kan volgen en indien nodig actie kan ondernemen. MijnIBDcoach is een intelligent programma, dat 'leert' van de door de patiënt ingevoerde data. In Nederland kampen ruim 80 duizend mensen met een chronische ontstekingsziekte van de darm, waarvan de twee belangrijkste de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn.

PS-3: Alleen door koplopers te kopiëren kan zorg op grote schaal naar huis
Hoe zorgen we er dan voor dat de transitie van zorg naar huis in een stroomversnelling komt? De crux daarvoor zit in de koplopers kopiëren. Op dit moment poppen de initiatieven voor het naar huis brengen van zorg als paddenstoelen uit de grond, maar daarbij wordt het wiel steeds opnieuw uitgevonden. En dat terwijl voor 90% van de patiënten geldt dat hun patient journey in alle of vrijwel alle ziekenhuizen voorkomt, zoals Gupta Strategists in deze nieuwe studie laat zien. Ziekenhuizen kunnen dus van elkaar de kunst afkijken of gezamenlijk zorg naar huis brengen. Alleen op die manier krijgt de patiënt wat hij verdient: de beste zorg, in de beste omgeving.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten